1990-01 De geschiedenis van de H.Willibrordusparochie

Uit de Olde Kaste 1990-01

Auteur: H. van Onzen

De geschiedenis van de H.Willibrordusparochie

Voorwoord
Ter gelegenheid van de installatie van de pastoor Morren is door H. van Onzen een boekje geschreven over het verleden van de parochie van Hengelo. Het boekje had niet de pretentie een nauwkeurige en volledige weergave te zijn van de geschiedenis van de Kerk aan de Spalstraat. Daarvoor waren de gebruikte bronnen, het archief van de Kerk en een boekje van pastoor Waanders (1962), te onvolledig. Ook is de juistheid van de vermelde feiten niet nagetrokken door deze te vergelijken met andere bronnen. Hoewel in archieven veelal financiële feiten zijn terug te vinden als schenkingen, aan- en verkoop van grond, gebouwen en goederen, vertellen de documenten toch iets over het parochieleven van vroeger. Voor degenen die het boekje “l40 jaar parochiegeschiedenis” allang weer vergeten zijn of voor hen die het nooit gelezen hebben, zullen in een paar afleveringen van “de Olde Kaste” een aantal wetenswaardigheden van de H.Willibrordusparochie opnieuw het daglicht zien.


Het verre verleden
In 963 vermaakte de H.Bruno, aartsbisschop van Keulen, de “Meierhof Heingelo” aan de abdij St Pantaleon te Keulen. Niet lang daarna is in dat Heingelo een kerk gebouwd, die in een oorkonde van 1152 vermeld staat als parochiekerk en die was opgedragen aan de H.Remigius. Het wel en wee van deze parochie kennen we niet. Wel weten we dat in 1534 hertog Karel van Gelder krachtens zijn voordrachtsrecht Zweder van Zoelen heeft voorgedragen als pastoor van Hengelo. Deze Zweder zal tot 1862 de laatste pastoor van Hengelo zijn, want omstreeks 1600 drong de Hervorming ook door tot deze streken. Volgens de overlevering moest de pastoor vluchten, waarna hij zich schuil hield in de bossen van Keijenborg. Toen het katholicisme in deze streken weer werd toegestaan, viel Hengelo onder de zielzorg van de pastoor van Keijenborg. De gemeente Hengelo maakte deel uit van de ‘Parochie van den H.Johannes den Dooper, te Hengelo en Zelhem, waarvan de kerk in Keijenborg staat’.

1842 – 1862
Tijdens het pastoraat van Bernardus Berendsen (1835-1872) kwam hier verandering in. In 1842 werd de eerste stap gezet om te komen tot de oprichting van een zelfstandige parochie in Hengelo en de bouw van een kerk. Op 28 juli 1841 overleed mej. Wilhelmina Christiaens. In haar testament vermaakte zij f 18.000,- aan ‘de Roomsche Catholieke ingezetenen van Hengelo tot daarstelling te Hengelo eener bijkerk met Kosterswoning en verblijf voor den dienstdoenden Geestelijke.’ Tevens vermaakte zij f 2000,- aan het Armbestuur en schonk zij f 1000,- voor het onderhoud van de te bouwen kerk.

Over deze laatste f 1000,- is veel te doen geweest, omdat dit geld gebruikt werd voor de nieuwbouw. De toenmalige burgemeester W. Wilbrenninck maakte zich nogal druk over deze handelwijze. Voor de bouw van de kerk had mej. Christiaens op 11 augustus 1840 al een stuk grond met huis gekocht van de weduwe van Hermanus Mentink, groot tweeëndertig roeden en zestig ellen. De weduwe had het recht de grond terug te kopen als er op deze grond geen kerk gebouwd zou worden. Zover is het niet gekomen, want op 18 mei 1842 verkocht Wijnandus Schierling, erfgename van mej. Christiaens, de grond aan de R.K. Kerk.

Er werd een bouwcommissie gevormd, waarin zitting hadden baron van Dorth tot Medler (wonend ‘op den Huize ’t Meenink’), Peter J.Quaadv1ieg (gepensioneerd luitenant), Bernardus Mentink (landbouwer), Albert Jansen (metselaar) en Waander Lankhorst (landbouwer). De kerk met pastorie werd voor f 21.000. gebouwd door Johannes Nales, timmerman te Groenlo. 0p 16 juni 1842 werd de eerste steen gelegd door ‘het Hoogwelgeborene Baronesje van Dorth tot het Medler’ en op 23 juni 1843 werd de kerk, met het kerkhof ernaast, ingewijd door mgr. Terwindt, aartspriester van Gelderland. De twee torenklokken werden toegewijd aan respectievelijk de H.Maria en de H.Wi1librordus. Op de klokken die nu in de toren hangen (1960), staan dezelfde teksten als destijds: In honorem beates Mariae Virgine Auxilium Christanorum (ter ere van de H.Maagd Maria, toevlucht der Christenen) en In honorum S.Wi1librordi Patroni Ecclasiae in Hengelo Gld (ter ere van St.Wil1ibrordus, patroon van de kerk te Hengelo Gld). Boven de kerkdeur werd een steen ingemetseld met een chronogram dat de naam van de weldoenster mej. Christiaens vermeldt. Bij de verbouwing in 1924 is deze steen links van de ingang opnieuw ingemetseld. En zo stond er in Hengelo een bijkerk van de parochie van ‘den H.Joannes den Dooper’. De Hengelose katholieke gemeenschap moest wel zelf de lasten opbrengen. Zo betaalde men vanaf 1844 aan pastoor Berendsen een jaarwedde van f 100,- ‘voor het doen der diensten’. In 1844 een forse uitgave op een begroting van f 378,75. Twintig jaar later was de jaarwedde overigens nog altijd f 100,-. De inkomsten van de Kerk bestonden hoofdzakelijk uit de bankenpacht, maar er werden ook andere bronnen aangeboord. Enkele inkomsten getuigden zelfs van vindingrijkheid en koopmansgeest:

  • in 1843 werd voor f 2,45 verkocht ‘het bindtouw en zaksband dat gebruikt is geworden bij het groen maken der inzegening der kerk’
  • Bernardus Mentink verkoopt zijn plaats in de kerk aan de weduwe Branderhorst voor f 1.- en schenkt dit bedrag aan de Kerk;
  • herhaaldelijk werd er ‘uit de hand verkocht de hoek aardappelen bij de kerk;
  • in 1845 heeft de touwslager Grobben pacht betaald voor het gebruik van de lijnbaan bij de kerk. De kost ging hierbij voor de baat. We komen dan ook uitgaven tegen als:
  • ‘gekocht 62 kop rog: f 4,75’;
  • ‘3 flesch genever ad 45 ct per flesch bij het uitsteken der aardappelen’;
  • ‘2 borrels aan de boeren voor ’t brengen der aardappelen naar het schip bij de boterboer: f 0,10′.
    Bij het binnenhalen van de oogst werd veel werk verricht door koster H.B1uemink en zijn vrouw. Zij werden hiervoor betaald. De koster had deze extra inkomsten ongetwijfeld nodig want voor ‘het schoonmaken, verlochtenen, luiden en verzorgen der kerk en huis’ kreeg hij een jaarwedde van f 20,-.

    H. van Onzen




H. van Onzen