1990-01 Vasselaovond

Uit de Olde Kaste 1990-01

Auteur: Tinus

Vasselaovond

Het is koud en guur. De schrale wind heeft vrij spel in de bomen en struiken. Zij buldert in de schouw en fluit om de hoeve. Door de spleten en kieren in de wanden van de boerendeel trekt een koude tocht. Binnen op de deel, blijkt niemand dat te deren. Het is namelijk Vasselaovond (vastenavond). Dit wordt op de hofstede uitbundig gevierd. Er wordt gefeest, de drank vloeit rijkelijk, er is muziek er verder wordt er stevig gevreeën. Het belangrijkste moment komt aan het eind van de avond. Er wordt een stropop uit de “hilde” gehaald. Deze pop wordt midden op de deel onder het balkenluik uitgedost met vrouwenkleding. Nu komen er een paar (aangeschoten) mannen, die wild en woest met de pop in het ronde dansen. Dan gaan de grote achterdeuren van de deel open. De muziek stelt zich voorop aan het hoofd van de stoet, den volgen de aanwezigen met de pop. De stoet trekt dwars over akkers en velden naar de hoeve waar het volgend jaar Vasselaovond wordt gehouden. Daar aangekomen, wordt opnieuw met de pop woest rondgesprongen. Daarna wordt ze ontkleed en op een vreselijke manier afgeranseld, waarna ze in de hilde wordt opgeborgen tot het volgende jaar. De feestgangers keren nu huiswaarts. We hebben hier in feite te maken met niets anders dan “vruchtbaarheidsriten”. Een van de voorjaarsgebruiken uit de Germaanse tijd. De ommegang langs akkers en velden, bedoeld om de natuurkrachten in de lente tot nieuw leven te wekken. De pop symboliseert hier de geest van het wasdom. Zij wordt daarbij als vrouw verkleed. Uit kracht der moederschap had (heeft?) de vrouw een magisch/religieuze betekenis voor de vruchtbaarheid van de akkers en de velden. De betekenis van het afranselen van de pop is mij niet geheel duidelijk: Aan stro werd vroeger demonen-werende krachten toegekend. Wellicht was het afranselen het doden van de wintergeest ? Vastenavond is in de loop der eeuwen op verschillende wijze gevierd. Veel werd er door kinderen zingend met de foekepot langs de deur getrokken. Een foekepot bestond uit een klein keuls potje waarover een varkenblaas was gespannen. Midden in de blaas werd een rietpijpje aangebracht. Dit pijpje nu werd op en neer bewogen en veroorzaakte een jankend en brommend geluid. Het feest heeft bij vastenavond steeds centraal gestaan. Vastenavond betekent in het christelijk geloof: de drie vette dagen voorafgaand aan het grote veertigdaagse vasten voor Pasen. Karel de Grote (742-814) bracht ons het christendom met wapengeweld, in een tijd vol van Germaans geloofsbezit. De gebruiken van het Germaanse geloof zijn echter nooit geheel verdwenen. De oer-cultuur van het leven van mens, dier en plant blijft voortbestaan.
Tienus