1991-04 Het Waerle

Voetnoten bij “Het Waerle”
1.
De begraafplaats heet tot op den huidigen dag in den volksmond nog “Woarlderkamp”. Van iemand, die aan een ernstige, ongeneeslijke ziekte lijdt, meer in `t bijzonder van menschen op leeftijd, zegt men in Hengelo nog wel, al is de uitdrukking minder kiesch, “hee geet gauw noar Woarlderkamp”.
2.
Reeds in de zeventiger jaren der vorige eeuw stonden er kraampjes met ververschingen en versnaperingen op het ijs. Op Zondag 9 Februari 1873 was de baan zoo zwaar belast, dat zij doorboog, ’n “bugebane” ontstond. Plotseling zakten ongeveer 20 jongens en meisjes, die in een rij “hand aan hand” reden, door het ijs. De meesten moesten zich zelf redden; volgens mijn zegsman (die er zelf ook bij was), sprong een 17-jarig meisje met groot gevaar voor eigen leven in het gat, om haar 15-jarigen broer te redden, hetgeen gelukte.
3.
De Dorpsbleek en naar ik meen ook de z.g. “Fokkink-zee”, een waterplas links van den Zelhemschen weg, thans gedempt, doch die in den zomer als “badplaats” zeer in trek was.
4.
Vergeet mij niet. Muzen Almanak.
5.
Op het ijs, door A. Ising. Holland 1864, blz. 53 v.v. .
6.
De Nederlander, uitgegeven door de Nederlandsche Maatschappij van schoone kunsten. De Schaatsenrijder, door I.P.H., blz. 85, ‘s-Gravenhage 1841.
7.
Mr. J. van Buttingha Wichers, Schaatsenrijden, blz. 16 v.v.
8.
EJ. Potgieter, Liedekens van Bontekoe.
9.
Het wil mij voorkomen, hoewel ik dit niet heb kunnen nagaan, dat bij deze publieke veiling “de Waerlerkamp” (althans een deel ervan) is aangekocht door G. Langeler. De gerneente-secretaris van Hengelo, de heer H.C. Arends, was zoo vriendelijk, mij daaromtrent het volgende mede te deelen: “Bij akte van 22 Juni 1829 is door de gemeente aangekocht van Gerrit Langeler, landbouwer alhier, 85 roeden, 70 ellen grond “ten oosten van, en nabij het dorp, palend ten oosten met de eene zijde aan bouwland van verkooper.” De koop had plaats ingevolge autorisatie van Gedeputeerde Staten van 11 September 1828. Aanvaarding 1 December 1828. Koopsom f 500 + kosten akte. Belastingen voor rekening van koopster, van 1 januari 1829 af. De koopakte is vrij laat opgemaakt, want reeds op 23 October 1828 heeft plaats gehad de aanbesteding van den aanleg van bedoeld stuk grond (hoek van den Waerlerkamp staat in het proces-verbaal) tot begraafplaats. Den juisten datum van ingebruikneming was niet te vinden, maar uit het feit, dat de betaling van de aannemingsom zou plaats hebben, na voltooiing op 1 Januari 1829, valt af te leiden, dat de begraafplaats begin 1829, valt af te leiden, dat de begraafplaats begin 1829 voor gebruik gereed is gekomen.” Als bijzonderheid moge hier nog vermeld worden, dat bedoelde G. Langeler tevens in het bezit was van een bierbrouwerij, welke was gevestigd in het tegenwoordige hotel van dien naam. Weinig inwoners van Hengelo zullen dan ook weten, dat het hotel van oudsher “Brouwershuis” heet. Zijn zoon, J.E.T. Langeler, liet (naar ik meen in 1821) den molen aan den Hummeloschen weg bouwen, thans eigendom van den heer A. Jansen. Deze molen heet nog “Brouwersmolen”.
10.
Deze Everdina Roelofsen schijnt in Zutphen te zijn overleden, daar haar naam in de overlijdensregisters van Hengelo over de jaren 1823-1833 niet is te vinden.
11.
Van het heerenhuis bestaat een aquarel van Dr. J.A.L. Millies, arts te Hengelo. Deze aquarel (waarvan een reproductie als plaatbijlage bij dit nummer is toegevoegd) is in het bezit van den heer N.H. de Wilde, Hoflaan 12, te Dieren. Dr, Millies overleed plotseling, op reis willende gaan, in de stationswachtkamer te Zutphen op 16 Februari 1881. Hij is in Hengelo begraven.
12.
Dit moet onjuist zijn, daar de Mettemaat niet in de buurtschap Noordink, doch in Dunsborg ligt.
13.
Harm Kamerlingh Onnes is te Hengelo overleden op 5 October 1880; volgens de overlijdensacte was hij steenfabrikant. Hij is aldaar begraven; de grafzerk is te vinden in het eerste blok eerste rij, rechts van het middenpad.
14.
Ook Mr. Dr. H.P. de Wilde gaf aan zijn villa tegenover Sonsbeek in Arnhem den naam “het Waerle”.
15.
Het graf der familie de Wilde bevindt zieh links van het middenpad eerste blok, derde rij. Daar bij den Verkoop van het Waerle omtrent de graven geen voorwaarden waren gesteld, vervielen de nog open grafruimten aan den kooper van het huis.
16.
Zoo gaat de heerlijkheid der wereld voorbij!
17.
C. Honigh, Liederen en Liedjes.

Toevoeging door Reint Garritsen – Herrie om een voormalige begraafplaats.

“Hee geet gauw naor Waerlerskamp”, was zo’n 60 jaar geleden in Hengelo nog een uitdrukking die gebruikt werd als men het over mensen had, wier levenseinde in zicht kwam. De uitdrukking getuigt misschien niet van fijngevoelig taalgebruik, maar iedereen wist wel wat er mee bedoeld werd.
In het voorjaar van 1829 was het begraven rond de Remígiuskerk voorgoed verleden tijd. In de lente van dit jaar werden de eerste doden op de Algemene Begraafplaats (De Waerlerkamp) ter aarde besteld. Rond 1832 ontstond er een conflict tussen de gemeente Hengelo en het College van Kerkvoogden van de Ned. Hervormde Kerk. Het ging over het voormalige kerkhof rond de kerk. Na veel over en weer gepraat te hebben, besloot de burgemeester ten einde raad een brief naar de Commissaris te sturen. Hij deelt in dit schrijven mee dat het College van Kerkvoogden op het voormalige kerkhof bomen heeft laten planten en hierdoor handelt alsof de grond hun eigendom is. Dit is echter niet zo, aangezien bij Koninklijk Besluit het decreet dat Napoleon uitvaardigde, weer van kracht is geworden, namelijk dat het gewezen kerkhof niet aan de Ned. Hervormde Gemeente, maar aan de Burgelijke Gemeente vervalt. De “Burgervader” schrijft verder dat hij het bovengenoemde college heeft uitgenodigd om hun erop te wijzen dat de gemeente sedert jaren het gewezen kerkhof als standplaats van kramen, hout, mandenwerk en andere waren heeft gehad, ook vond er handel in biggen plaats.
Burgemeester Jonkheer van Westerholt heeft de Kerkvoogden verzocht om binnen dríe dagen de bomen te verwijderen en de begraafplaats weer in de oorspronkelijke staat te brengen, zodat de openbare markten ongehinderd voortgang kunnen vinden. Het kerkelijk College heeft echter niet geantwoord, erger nog, het heeft de stammen van de bomen zelfs met doomen laten “bebinden”. Daarom, aldus de burgemeester, heb ik gemeend U hiervan de op hoogte te moeten stellen en zou ik graag van U vernemen hoe te handelen om de gemeente Hengelo in haar recht van eigendom te “maintineeren”. (Uit: Brief 5 mei 1832 van Burgemeester aan de Commissaris). R. G.

Toevoeging door Hennie Demming 16 september 2022

Bij voetnoot nr. 12. 
Bij dit nummer staat dat Mettemaat (Varsselseweg 10) niet in de Noordink maar in de Dunsborg ligt. Dat klopt nu wel. Maar voor ca. 1855 lag het wel degelijk in de Noordink, huisnummer 313. 

‘Archief ”, het tijdschrift van de Oudheidkundige Vereniging De Graafschap ECAL: Beeldbank, Collectie Wim Luimes