Gemeentearchief van Hengelo: (kerkarchief)
Boek waarin opgetekend de broodlevering van de geërfden met het juiste gewicht der broden (Hemelvaartsdag, op de Muldersfluite).
Over de broodlevering.
Tot slot nog iets over de broodlevering op de Muldersfluite op Hemelvaartsdag. Dit is het enige wat overgebleven is van de marken en moet daarom ook in stand gehouden worden. Een citaat uit het oudste markenboek:
‘Ende zoo is ’t eene gewoonte dat een itlljk markgenote in Hattemer Mark bij namen op ons lieven Heeren Hemelvaarts auont en een itlijk markgenote in Zellemer marke bij naasten maandags na ons Heeren Hemelvaart schuldig is te brengen een roggenbroot. Hattemer markgenoten op Dunsborg en de Zellemer markgenoten op Seelmickerbrink. Welke markgenote des niet en dede die sal datjaar uerwesen blij- ven van allen uervalle dat hem van Zijne witte ankommen mogte’.
Sloet schrijft en met hem vele anderen:
“De Hengeloërs moesten dus een roggebrood brengen op de ‘Dunsborg` en de Zelhemmers op de Zelhemse Brink op maandag na Hemelvaart. Maar dat staat er volgens mij niet. Hattemer markgenoten (dus de geërfden uit Zelhem: Oosterwijk en Velswijk) en uit Hengelo (Dunsborg en het Gooij) leverden op de Dunsborg en later op de Muldersfluite. De geërfden van de Zelhemmer marke, de Wijken Heidenhoek en Winkelshoek, leverden misschien voor honderden jaren geleden op de Brink, maar dit heb ik nergens kunnen vinden. Omdat de handgeschreven markeboeken vaak moeilijk te lezen zijn, zijn ze overgetypt en in drukvorm uitgegeven. Te bestellen bij OTGB – transcripties.
A. Menkveld
De Mark van Hengelo
Olde kaste 1991-02
Het Rijksarchief te Arnhem bezit van de mark van Hengelo slechts losse stukken, als eenige minuutnotulen, loopende van 1715 tot 1802; brieven, volmachten, lijsten van aangegraven gronden, van stemgerechtigden, onderhoud der kerk, enz., van 1701 tot 1798, rekeningen der verpondingen van het kerspel Hengelo, van 1695 tot 1788.
Onder de papieren, door de erfgenamen van den heer J.H. Gallée te Vorden aan het Rijksarchief in bruikleen afgestaan, bevinden zich ook verschillende stukken en brieven deze mark betreffende, loopende van 1752 tot 1834 en voornamelijk op de verdeeling betrekking hebbende.
Uit de stukken blijkt dat er twee markerichters waren, die gekozen werden, negen vorsters, een schater en een schrijver. De vergaderingen werden in de kerk gehouden. De mark voerde het beheer over de kerk; de markerichters met den predikant, een ouderling en een diaken hoorden de kerkmeestersrekeningen af. Door de geërfden werden in 1743 vijfendertig iepeboomen, op het kerkhof staande, verkocht ter bekostiging van reparatiën; zij gaven ook in 1779 vergunning een bank in de kerk te zetten, en wezen in 1788 in dat gebouw een plaats aan om de brandspuit te bergen.
2 September 1788 werd aan de Joden een hoekje grond van 36 roeden verkocht voor een kerkhof. Den 2en Mei 1820 werd een commissie benoemd om een plan tot verdeeling der mark op te maken, die 2 september verslag uitbracht; de 770 bunder werden in 1834 verdeeld.
De Heerenheide, ook wel Heeren- of Wolfsveen genoemd, gelegen in de gemeente Zelhem, was eertijds door de domeinen verpacht aan de marken van Hengelo en Zelhem voor 90 gl. ’s jaars. Den 29 Jan. 1813 ten behoeve der Amortisatiekas verkocht, werd het door den Zelhemschen markerichter gekocht voor f 2011,= en die koop den 6 Mei door het grootste gedeelte der geërfden van beide marken overgenomen, terwijl de definitieve overdracht eerst 16 Aug. 1819 plaats had.
Het was toen 823 bunder groot. 27 Juli 1826 werd tot de verdeeling onder de 100 gerechtigden besloten, die 29 Maart 1828 plaats had.
Het notulenboek, loopende van 6 Mei 1813 tot 29 Maart 1828 is op het Geld. Rijksarchief aanwezig. Het hieronder afgedrukte is genomen uit het pakket minuutnotulen.
1. Op den 2 September 1783.
“Wyders hebben de heeren markenrichters de eer aan de vergadering bekent te maken, dat op Vrydag den 29 Augustus dezes jaars door de schater en vorsters gekregen ziinde een vreemde wagen, beladen met kluyn, niet onder deese markt beregtigt ziinde, eenen Teunis Gielink, in de Oosterik1 onder Zelhem woonachtig, dat zy de paarden daarvan uytgespannen, geschut en in het dorp gebragt hebben, dat dien boer zig gesubmiteert hebbende aan de heeren geërfdens, versoekende gratie voor rigeur van justitie, voorgevende die kluyn voor een vrouw uyt het Zelhemsche dorp, welke in het Heerenveen beregtigt was, te hebben gehaalt en opgeladen. De heeren geërfdens hebben geresolveert, dat uyt consideratie Teunis Gielink voor een poenaliteyt sal betalen de somma van 5 gl., zonder consequentie in het vervolg.”
1 Oosterwijk, buurt ten N.W. van het dorp Zelhem
Lees verder op pagina 5
