We zijn aangekomen bij de Tramstraat, vroeger ook wel “De Kamp” genoemd. Vanaf 1930 ontstond deze Tramstraat als zijstraat van de Spalstraat. In het begin stonden er alleen aan de rechterzijde woonhuizen, want links van de weg liep het spoorlijntje richting werkplaats. De huizen die er nu staan, zijn allemaal van na de oorlog 1940-1945. De weg was helemaal zwart van de zogenaamde kolengrit. Op de hoek van de wegen Tramstraat-Spalstraat stond ‘Hotel ‘t Averenck’. Eigenaar was dhr. Th. Michels. De familie Michels had behalve een hotel ook een kegelbaan, later kreeg men een zaal voor feesten en partijen, een kruidenierswinkel en nog wat later een slijterij. Voor het pand zat een veranda en ernaast een serre. Helaas is het nu allemaal verdwenen. Tandarts van Dijke is er zijn tandartsenpraktijk in begonnen in 1948. Aalbers, de vroegere keurmeester, heeft daar ook nog gewoond in zijn begintijd. In de oorlog werd het ook gedeeltelijk gevorderd door de Duitse Wehrmacht. Zij hadden daar hun kantoor in de serre. Na de oorlog woonde er een poos een echtpaar met 2 kinderen. De R.K. School ‘St. Willibrordus’ heeft ook nog tijdelijk gebruik gemaakt van het pand.
Dan komt men nu bij de ‘Zilverlinde’, een allerliefst huisje. Dit werd vroeger bewoond door de heer en mevrouw Wijde en hun zoon Han. Hij was leraar aan de Openbare Lagere School aan de Ruurloseweg. Allen zijn inmiddels overleden. Ook Gert Woerts en zijn gezin hebben er in gewoond. Toen Meyerink en Jenitha Jansen en nu de familie Piron. Hij is leraar in Zutphen aan een school (koken en aanverwant).
In 1930 en tot jaren na de oorlog lag naast de ‘Zilverlinde’ een braak stuk grond, eigenaar was van de Weer en later één van zijn dochters, Betsie van de Weer. Later kocht Jan Franken dat stuk grond en zette er een woning op. Daarna woonden mevrouw Kornegoor en haar dochter er in.
Nu komen we weer een woning verder. Eerst werd deze bewoond door de familie Kuipers-Woerts. In de loop der tijd zijn het 2 woningen geworden (overblijfsel van de woningnood die er na de oorlog was). Van Dam, die met de oudste dochter van Kuipers trouwde, woonde aan de linkerkant en de ouders Kuipers aan kant van de melkfabriek. In de loop der tijd werd het huis verkocht. De nieuwe eigenaar was toen H. Weenink en deze was handelaar. Na zijn vertrek naar elders hebben zijn beide kinderen er in gewoond. Later is het weer doorverkocht.
Misschien is het sommigen wel eens opgevallen dat de huizen vanaf de Iekink allemaal los van elkaar staan. Er is meer ruimte tussen de diverse panden dan in het eerste gedeelte van de Spalstraat. Waarschijnlijk is dit een overblijfsel van de paardenmarkten.

Nu komen wij bij ‘Super de Boer’. Voorheen stond op deze plaats de iedereen bekende boterfabriek. Daar is heel wat melk door de boeren naar toe gebracht. Deze melkritten werden aanbesteed. Hoe lager de boeren boden voor zo’n rit, des te meer kans om te mogen “melkvaarn”. Geertsema was directeur van de boterfabriek. Hij werd later opgevolgd door dhr. Politiek. Nu staat er dan de winkel van ‘Super de Boer’. Hier eindigt de Spalstraat.
Voordat ik verder ga met mijn betoog over de andere zijde van de Spalstraat (de even nummers), wil ik eerst iets vertellen over de bestrating en dergelijke. De Spalstraat was geplaveid met kinderkopjes en in sierbogen gelegd, rond aflopend met aan weerszijden een goot van langwerpig gelegde straatstenen met afvoerputjes (riolering). Dan was er aan beide kanten straatwerk, schuin oplopend naar de huizen en/of bedrijven [vaak waren dit cafés). De paarden die hier tentoongesteld werden kwamen daar beter tot hun recht. Op dit straatwerk stonden posten met een gat erin waar door het touw werd gespannen voor het vastbinden van de vele paarden voor de paardenmarkt. Doordat de weg zo rond naar beneden liep was dat in de winter heus niet gemakkelijk lopen, want bij vorst was dit gedeelte spiegelglad en als men eenmaal aan het glijden was, kwam men er haast niet meer bovenop (soms leidde dit tot lachwekkende taferelen). Het sneeuwvrij maken van de hoofdwegen gebeurde met een speciale sneeuwschuif die achter een paard werd gespannen. Zodoende moest men midden op de weg blijven lopen. De toegang naar je eigen pand hield je zelf wel bij, net als nu ook nog. Er is echter één belangrijk verschil. Voor de oorlog kon je de auto’s die voorbij kwamen wel op één hand tellen, daarna kwamen er zachtjesaan meer bij maar nu heeft iedereen boven de 18 jaar wel een auto!
De Spalstraat is door de jaren heen al diverse keren aangepast. Zo zijn er tegenwoordig bij de cafés terrassen gecreëerd. Vroeger haalden mensen uit het dorp het niet in hun hoofd om aan de straat te gaan zitten om een biertje te drinken of het moest kermis zijn, maar ook dan speelde zich het meeste binnen af en de kermis duurde toen ook maar 2 dagen. De 2e woensdag van juli begon het met de kermismarkt en donderdag was er ook kermis. Woensdagmorgen om 10.00 uur begon het dansen. Dit duurde tot 14.00 uur en dan vanaf 19.00 uur tot 23.00 uur. Er was natuurlijk veel aanloop van jongelui en mede door de markt ook van vreemdelingen. Op de donderdag waren er vogelschieten, kinderspelen enz. ’s Morgens en ’s avonds was er weer stemmingsmuziek en/ of dansmuziek. Dan waren de ouderen sterk vertegenwoordigd. De meeste mensen bezochten beide dagen de kermis. Het was in ieder geval een drankfestijn, eten deed men thuis! Na de oorlog en nog meer eind vijftiger jaren, begin zestiger jaren begon hierin verandering te komen. Men verdiende meer, er kwamen koelingen en iedereen leefde gemakkelijker.
Verder wil ik u nog vertellen dat in dit gedeelte van de Spalstraat, gezien vanaf de Hummeloseweg ter hoogte van Super de Boer, een sloot heeft gelopen ten behoeve van de vroegere boterfabriek. Deze ging onder de weg door en liep dan langs de Kastanjelaan, richting Banninkstraat en zo verder.
Dit artikel bevat 9 pagina’s
Lees verder op pagina 6
