2005-03 De Spalstraat toen en nu

Waar nu het paard geplaatst is als monument, ter gedachtenis dat Hengelo een bloeiende paardenmarkt had, was een boomgaard toebehorend aan de vroegere bewoonster van het pand ‘De Achtspalle’, mevrouw Bovenkerk. De enigste zoon die zij had, was 3 jaar toen haar man overleed. Opdat zijn zoon een goed beeld van zijn vader zou hebben, stond in de kamer, met erker en balkon daarboven, op een “ezel” een levensgroot portret van mijnheer Bovenkerk. Iedereen kon het van de straat af zien. Dit pand, nu dus ‘Achtspalle’ genaamd, werd in de oorlog gevorderd door de Wehrmacht om hooggeplaatste militairen te laten wonen. Mevrouw Bovenkerk woonde er immers alleen, haar zoon was veel weg, omdat hij in Amsterdam studeerde. Politieagent Smit heeft er na de oorlog met zijn vrouw gewoond. Aan de serrezijde werd ooit een schuurtje gebouwd van hout, het is nu weg. Toen het echtpaar Smit verhuisde werd het een opvanghuis voor mensen in nood. De tuin die er omheen ligt is altijd mooi in orde geweest. Nu is het pand eigendom van de Stichting Philadelphia en wonen hier (onder begeleiding) mensen met een verstandelijke beperking.

Nu kom ik bij het pand dat wordt bewoond door de familie Middelink. Dhr. Middelink werkte vroeger als machinist en chef monteur van de boterfabriek. Voorheen woonden daar de heer Ruesink en zijn zuster. Hij was directeur van de Boerenleenbank (nu Rabo) aan de Kastanjelaan (nu huis/praktijk van dokter Koning). Het huis ziet er nog precies zo uit, alleen zat aan de voorzijde, waar nu de erker zit, een open veranda. Opzij van het huis bloeiden in het voorjaar altijd sneeuwklokjes in het gazon. In de initialen “T.R.” van Trui Ruesink. Na Ruesink kwam er de familie Harmsen wonen. Hij was directeur van de ‘Volharding’. Zij hadden 2 kinderen, een jongen en meisje met de namen ‘Gerrit’ en ‘Gerry’. Onder het bewind van Harmsen werd de ‘Volharding’ op zo’n wijze verbouwd dat hij dacht dat het voor eeuwig zou zijn, Wat dus helaas niet zo bleek te zijn! Beide kinderen trouwden met een Meulenbrugge, van de timmerman vooraan de Ruurloseweg.
In het volgende pand woont tegenwoordig de familie Jansen, daarvoor de familie Franken en daarvoor ook een familie Jansen, die er een manufacturenwinkel in had aan de kant van Ruesink. Deze laatstgenoemde Jansen en zijn zoon Otto gingen tevens op de fiets met het “pak” rond langs diverse mensen in de omtrek om hun artikelen te slijten. Men hoefde er zelf niet op uit. Zo’n winkel in de buurt was wel gemakkelijk, men kon altijd terecht, vooral als er weer eens een ladder in de kous was en men toch netjes voor de dag wilde komen. Met blote benen rondlopen was er niet bij.
Er woonden heel wat ‘Jansens’ in de Spalstraat, daarover later meer.

Het volgende pand heeft de mooie naam ‘De Egelantier’, Wat ’Wilde roos’ betekent. Van buiten is het pand wel veranderd, maar toch goed herkenbaar gebleven. Wat nu serre is, was vroeger een open veranda. De voorlaatste bewoners van het café waren Jan en Leny Blom-Wissink. De veranda hebben zij er toentertijd af laten slopen. Vanaf 1937 woonde er de familie Joly en die hadden er eerst nog een fietsenwinkel, maar al gauw reed Reind Joly taxi. Over het algemeen werden de cafés in heel Hengelo gerund door vrouwen (marktdagen uitgezonderd, dan hielpen de mannen ook mee). Want de mannen hadden meestal een ander beroep of nevenfunctie. Dit gedeelte van de Spalstraat werd meestal aangeduid als het ‘Veutenende’. Dit stuk was vooral ’s avonds in de winter heel donker (geen straatlantaarns). ‘Grandcafé De Egelantier’ wordt nu bewoond en geëxploiteerd door Tonny ten Barge (2 kinderen). Het volgende pand, Spalstraat 42, werd bewoond door de familie Besselink-Wissink. Een drukbezocht café, mede doordat Herman Besselink waagmeester was. Voordat de boeren hun varkens naar de markt brachten in Doetinchem oftewel voor de handel, dan moest er wel gewogen worden en dat begon al ’s morgens vroeg en ja, afrekenen gebeurde dan in het café en beuring en omzet horen wel bij elkaar.
Bij het pand stond aan de kant van de Egelantier ook nog een grote schuur. Hier waren de paardenstallen voor de paardenmarkten gesitueerd. Ook werden hier de paarden gestald die als hoofdprijs werden uitgereikt ten gunste van de loterij die elk jaar werd gehouden ten behoeve van het in stand houden van de paardenmarkten (16 in getal!!!) in Hengelo. Later ging het pand over in andere handen en heette het voor ongeveer 3 jaren ‘De Snor’. Daarna werd het gehuurd door de Vredestein in Doetinchem en werden er zo’n 20 Turkse mannen in gehuisvest, die bij de Vredestein werkten. Zij werden gehaald en gebracht met busjes naar en van Doetinchem. In de oorlogsjaren is er nog een kantoor ten behoeve van de boeren gevestigd geweest. Medio 1990 werd dit pand verkocht aan de familie Visser-Leemreis en werden er 4 appartementen in gerealiseerd voor vakantie en recreatie. Het achterste gedeelte, waar vroeger de keuken en stallen zaten, is nu een woonhuis van de familie Visser-Leemreis.

Dit artikel bevat 9 pagina’s
Lees verder op pagina
7


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *