De begrafenisstoet op weg naar de begraafplaats. Aan de rechterkant is nog de synagoge te zien.
Bron: De Graafschap-Bode – 6 november 1933

“In den natten, triesten herfstmiddag van heden, Maandag, heeft Hengelo (G.) freule Martini, die donderdag j.l. in den ouderdom van 59 jaar was overleden, ter eeuwige ruste gelegd. De belangstelling voor dit droef gebeuren was buitengewoon, niet alleen uit de omgeving, waarin de overledene zoovele jaren gesleten had, maar evenzeer ook uit verren omtrek. Onder plechtig klokgelui trok de lange, droeve stoet in een mistroostigen herfstregen door Hengelo’s straten. De baar met het stoffelijk overschot werd grafwaarts gedragen door de buurtbewoners van de overledene. Daarachter volgde te voet de familie en vervolgens een lange stoet van auto’s met verdere belangstellenden. Onder de aanwezigen merkten we o.a. op baron van Welderen Rengers uit Wiesbaden, ritmeester baron van Wassenaar, consul van Nederland te Lugano, baron van Wassenaar te Eefde, baron van der Borch uit Vorden, gravin Schimmelpenninck v. d. Vorden, jhr. Rheinst, burgemeester van Hengelo (Geld.), jhr. Bosch van Drakesteijn, van Huize ,,’t Zelle”, ritmeester de Bruyn, ds. Barbas, dr. Dwars, ir. de Fremery uit Zelhem, de heeren Velker van Huize ,,de Vuursche” en Huize ,,’t Spijk”, beiden uit Voorst en voorts meerdere dorpsnotabelen, o.a. de gemeentesecretaris en zijn echtgenoote.

De synagoge stond op plek garage Meurs. Die heeft tijdens de bouw nog een deel van het reinigingsbad moeten slopen. De ingang was vanuit de huidige Synagogestraat. Vroeger is het pad dat daar toen lag informeel ‘Korte Hofstraat’ genoemd. (Toevoeging Joop Brugman).

Bij de groeve
werd het woord gevoerd door ds. Barbas, aan de hand van Psalm 103, terwijl hij voorts in treffende bewoordingen schetste hoe de mare van het droef verscheiden van ,,de freule”, zooals ze veelal genoemd werd, j.l. donderdag als een loopend vuurtje door Hengelo was gegaan. Alsook hoe velen dit heengaan voor eeuwig van deze brave, hoogstaande vrouw als een groot verlies voelden. Ds. Barbas gewaagde voorts van haar groote liefde voor vele dingen, o.a. voor de natuur, de folklore, de dieren, maar bovenal voor zoovele menschen. In ’t bizonder de armen en de zieken was ze tot rijke troost en steun en ook als zoodanig zullen zeer velen in Hengelo en omgeving haar ten zeerste missen. Spr. herdacht met weemoed de eenige zuster van de overledene, de laatst overgeblevene uit het geslacht Martini, en richtte vervolgens aan de hand van den Bijbel woorden van troost tot de familie. Spr. besloot zijn treffende rede met het: ,,Onze Vader”. Ritmeester baron van Wassenaar, consul voor Nederland in Lugano bedankte daarna in gevoelvolle bewoordingen, waarbij hij zijn overleden tante als een goed en edel mensch herdacht, namens de familie voor de hier betoonde belangstelling. De droeve plechtigheid was hiermee beëindigd, waarna de talrijke aanwezigen, in het besef, dat Hengelo dezer middag een van zijn meest nobele en meest gewaardeerde burgers ter eeuwige ruste had gelegd, den dodenakker verlieten.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *