2017-04 e.v. De vergeefse reddingspoging van De Olde Kaste

urt zijn voor de eigenaresse, de we duwe Wissink, en de Hollandsche Molen te veel. Hij adviseerde daarom een comité te vormen met mensen die in deze zaak een meer dan locaal belang zien. Het beste was, dat de molen niet het eigendom bleef van de fam. Wissink. Als zij bijvoorbeeld f 100, per jaar als huur wilde betalen dan wilde de vereniging ook wel mee werken en de molen bijvoorbeeld voor f 500,- kopen. Als de familie aan een dergelijke regeling wilde meewerken kon de actie tot behoud van de molen beginnen. Wel moest de jongen van de molen op het hart gedrukt worden de molen goed te gebruiken. “Toen ik met hem sprak, kon ik hem nauwelijks verstaan, want het is een moeilijke taal”. Op 19 juni meldde burgemeester Freule Martini Reynst dat de weduwe en de zoon de molen niet in bedrijf wilden houden en ook niet wilden huren. Jonkvrouwe Martini, woonachtig in Hengelo, zou nu trachten te bemiddelen. De secretaris van de Hollandsche Molen wilde in augustus zelf ook met de weduwe praten, maar dan wel met een tolk erbij, ook burgemeester Reynst wilde wel bij dat gesprek aanwezig zijn. Verder werd het comité nog aangevuld met de heer J. Gimberg, archivaris uit Zutphen. ln oktober 1929 schreef Den Tex aan het gemeentebestuur, dat er een nadelig saldo was tussen huur en jaarlijks onderhoud. De huur was onvoldoende om het jaarlijks onderhoud en de verzekering te dekken. De vereniging wilde het nadelige verschil wel voor haar rekening nemen, maar was niet in staat om ook voor alle reparatiekosten opdraaien en ook nog voor de koopsom. Tot nu toe was er bij particulieren f 800,- ingezameld. Hij deed een oproep aan het gemeentebestuur om ook van hare belangstelling te laten blijken. Maar de gemeente gaf niet thuis. De redding van de molen was toen heel dichtbij. Uit achterhaalde notulen blijkt dat de Hollandsche Molen in 1930 het benodigde geld bijna bij elkaar had, om de molen van de weduwe Wissink te kopen en het weer aan haar te verhuren.

Freule Martini Foto Archief Willy Hermans

De onderhandelingen sleepten zich voort tot 1931. De Zutphense Courant van 28 mei:
“(..) Toen de overdracht plaats zou hebben vond mevr. Wissink verschillende bepalingen in het huurcontract onaannemelijk, waardoor men niet tot overeenstemming kwam. Van beide zijden bleef men tamelijk onverschillig. Thans is er weer hoop. Op ‘t eind dezer week komt de voorzitter van de Hollandsche Molen hier om te trachten door van weerskanten wat toe te geven, de zaak tot een goed einde te brengen.”
Ook de komst van het deftige heerschap mocht niet baten, Grada Wissink was er niet van onder de indruk, ze gaf geen duimbreed toe.

De familie Wissink. Van links naar rechts staand: Anna, Marie, Mina, Gonda. Zittend van links naar rechts: Rika, Herman, Gerard Wissink, Lies, Grada Wissink en Daatje. Foto Archief Willy Hermans

Lees verder op pagina 3