2017-04 e.v. De vergeefse reddingspoging van De Olde Kaste

Toevoeging uit de Olde Kaste 1988-02

Gesloopt in 1933

Dit artikeltje is geschreven aan de hand van enkele documenten uit het gemeentearchief, die verzameld zijn door de gemeentearehivaris en door G. Wolsink. Uit deze documenten is de ondergang van ‘De Olde Kaste’ te reconstrueren. Een aantal beweringen berusten op veronderstellingen die niet expliciet blijken uit de briefwisseling die tussen enerzijds de vereniging ‘De Hollandsche Molen’ en anderzijds het gemeentebestuur is gevoerd.

“Die wyntmoelen tot Hengell op den Goy ten viif marcken rechten. weert ‘s jairs omtrent 43 malder rogge, myt alinck dem wynt, gelegen in denselven kerspel, ten Zutphenschen rechten”.
Zo staat ‘De Olde Kaste’ vermeld in het ‘Register op de leenen der bannerheerlijkheid Baer’. Een register uit 1926, waarin vermeld staat dat de molen in 1465 voor het eerst beleend werd aan Gadert Kockert.

De molen die we kennen van oude foto’s, dateert echter uit het begin van de 17e eeuw. Een houten standerdmolen, die op een zware ronde balk rustte, waaromheen de molen in zijn geheel naar de wind gedraaid moest worden. Waarschijnlijk heeft de eerste molen bij ‘De Muldersfluite’ gestaan en is de molen daarna verplaatst naar een terrein iets ten noorden van de oorspronkelijke plaats. Er is nu niets meer van terug te vinden; alleen de naam van de weg herinnert ons nog aan de molen: ‘Olde Kaste’.

Aan het einde van de twintiger jaren was de molen zo vervallen dat de toenmalige eigenares, de weduwe Wissink, de molen wilde afbreken. Een aantal belangstellenden heeft toen een comité gevormd tot het behoud van de molen. Het comité heeft daarbij hulp ingeroepen van de vereniging ‘De Hollandsche Molen’. Deze vereniging kende aan het behoud van de molen een hoge prioriteit toe. Zo hoog zelfs dat zij zich bereid toonde de molen “om niet” te kopen van de eigenares om ‘De Olde Kaste’ daarna weer aan haar te verhuren. De vereniging eiste wel dat de molen dan volledig opgeknapt zou zijn; het comité zou eenmalig ongeveer fl. 2.000,- bijdragen voor het jaarlijks onderhoud. De herstelwerkzaamheden werden door A.J. Dekker uit Leiden getaxeerd op fl. 1.800.

TAXATIERAPPORT:
MOOIE MOLEN IN ‘T OPEN VELD.
Is reeds enkele jaren buiten bedrijf en deerlijk vervallen. Tot noodzakelijke herstelwerken, ten dienste van bedrijfsvaardigmaking behoren:
Fundatiën van de standerdschoren versterken
ongeveer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . fl. 400
1 roede vernieuwen en optuigen . . . . . . . . . .. . . . fl. 700
bovenhuis versterken en verankeren ….. . . . . .. . . fl. 200
kapwand en zolder vernieuwen ….. . . . . . . . . . . . . fl. 300
verf en teerwerken . . . … . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . fl. 200
samen . . . . . . . . . …. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . .fl. 1.800

De zoon molenaar is helaas geen goed wind-molenaar en maalt liever met den motor.
Leiden, maart 1929 A.J. Dekker.

Lees verder op pagina 6