OORLOGSHERINNERINGEN – deel 1

Deel 1 - 11 persoonlijke verhalen uit het boek dat door onze vereniging is uitgebracht ter gelegenheid van de 50-jarige herinnering aan de bevrijding. Er zijn nu 5 verhalen beschikbaar.

De overvallers hadden intussen van Grootbod de sleutels van de deur afgenomen. Eén van hen, een klein, gezet mannetje, was Van der Peijl gevolgd en onderbrak het telefoongesprek. Van der Peijl moest de handen omhoog steken, maar deze antwoordde met een kaakslag, zodat de overvaller over een bureau tuimelde. Direct daarna kwamen nog drie met pistolen bewapende personen de secretarie binnen. Ze eisten afgifte van de sleutel van de kluis. Van der Peijl weigerde aanvankelijk maar de sleutel werd al snel in de linkerborstzak van zijn kantoorjas gevonden. Het openen van de kluis was daarop spoedig geschied.Twee personen gingen naar binnen om de distributiekastjes te openen. Ze probeerden met behulp van een steekbeitel en een hamer een van de houten kastjes, waarin de bonkaarten lagen, te forceren.Drie personen hielden Van der Peijl in de gaten, twee anderen bewaakten Grootbod in de gang. In totaal waren er zeven overvallers binnen.
Intussen naderde Sminia het gemeentehuis, hetgeen de overvallers zagen. Zij riepen daarop: “Politie.” De twee mannen die in de kluis waren kwamen er snel uit. Van der Peijl werd in de kluis geduwd en deze werd afgesloten, met achterlating van de sleutel in de deur. Zij namen de vlucht en ontmoetten achter het gemeentehuis Sminia, waarop een vuurgevecht ontstond. Sminia kwam tegenover een overmacht te staan en nam achterwaarts dekking zoekende de vlucht richting postkantoor, dat schuin tegenover het gemeentehuis lag. De overvallers zonden hem meerdere schoten na, een tiental kogels doorboorden de ruiten van het postkantoor. Ook Sminia liet zich niet onbetuigd, zodat een ruit in de erker van de burgemeesterskamer aan diggelen werd geschoten en enige kogels op het gemeentehuis afketsten. Dat hierbij geen doden of gewonden vielen, leek een mirakel. Misschien waren de overvallers slechte schutters, dan wel schoten zij opzettelijk mis. In het postkantoor bevond zich een PTT-beambte. Sminia riep hem enige telefoonnummers toe. De centrale in Hengelo was nog niet automatisch en Sminia was niet met de bediening op de hoogte. Hij kreeg, tussen het schieten door, verbinding met toestelnummer 268: veldwachter A.W. Bakker. Na dit korte maar hevige vuurgevecht vluchtten de zeven aanvallers op rijwielen in de richting van het dorp. Ten gevolge van deze schietpartij op klaarlichte dag was reeds veel publiek gealarmeerd, waaronder Opperwachtmeester Pahlplatz, wachtmeester Weideman en G. Morsink, ambtenaar der secretarie. De laatste twee gingen het gemeentehuis binnen. Daar hoorden zij geklop op de kluisdeur. Van achter deze deur riep iemand. Op de vraag wie zich daar bevond, kregen zij als antwoord: “Ik, Van der Peijl, laat mij eruit.” Na opening van de kluisdeur kwam daar inderdaad, met gescheurde kleren, Van der Peijl uit. Uit zijn verhaal bleek al dat het de bedoeling was geweest de diverse distributiebescheiden zoals bonkaarten weg te halen. Bij onderzoek bleek dat er niets werd vermist. Direct werden telefonisch de omliggende gemeenten en andere politie-instanties gealarmeerd. Alle wegen werden met behulp van Landwachters afgezet.

Een uur later was een zware delegatie ter plaatse. Van de Sicherheitsdienst uit Arnhem kwamen de Duitser Kohremeyer en de Nederlander Van den Berg, uiteraard gereden door een chauffeur. Uit Doetinchem waren gekomen Opperluitenant Schouwink en Hoofdwachtmeester Willems en uit Zutphen Opperluitenant Meijdam. Om 17.15 uur kwam uit Doesburg het bericht, dat aldaar door de Landwacht een persoon was aangehouden, die voldeed aan een der signalementen. Voor confrontatie moesten Sminia, Van der Peijl en een van de heren van de S.D. naar Doesburg. Daar bleek de arrestant niet tot de zeven overvallers te behoren. In Zelhem zou een fiets zijn geruild vanwege een lekke band. Door de overvallers waren achtergelaten: drie koffers, een hamer en een donkere hoed met in de voering genaaid diverse papieren met adressen, namen, merken en nummers van auto’s. Desondanks is, voor zover bekend, nooit iemand opgepakt voor deze overval. Voor het verhinderen van de overval werd Sminia gehuldigd. De Directeur-Generaal van Politie had gelast dat Sminia eervol vermeld werd in het Algemeen Politieblad en op 27 juli 1944 zou worden gehuldigd. Dit moest een ware propaganda-gebeurtenis worden. Om 11.30 uur arriveerde een Luitenant-Kolonel, een berucht NSB-er. Hij was Commandant van de Marechaussee, gewest Arnhem. Hij had altijd een lijfwacht bij zich. Dapper was hij niet. Deze “mensenleverancier aan de S.D.” was een van de eersten die op Dolle Dinsdag naar Duitsland vluchtte. Later keerde hij terug, om in het voorjaar van 1945 weer te vluchten. Na de oorlog werd hij gearresteerd en voor vele wandaden berecht. Tegen hem werd de doodstraf geëist en uitgevoerd. De Luitenant-Kolonel hield bijde huldiging van Sminia een met nationaal-socialistische uitdrukkingen doorspekte toespraak. Van de propaganda-gebeurtenis die het moest worden kwam niets terecht. De meesten van de aangetreden manschappen moest hier niets van hebben. De Hengelose bevolking bleef weg, zij vonden het maar wat jammer dat de overval mislukt was. Sminia was in feite het Hoofd van de Politie in Hengelo. De Duitsers zorgden er wel voor dat soort functies bekleed werden door mensen die aan hun zijde stonden. Zo ook Sminia. Na de oorlog werd hij berecht en geïntemeerd. Nadat hij twee jaar had vastgezeten, moest hij in januari 1948 opnieuw voor een tribunaal verschijnen omdat nieuwe bezwarende feiten ontdekt waren.

W.J.M. Hermans

Lees verder op pagina 3