1996-01 De Lindeboom

Uit de Olde Kaste 1996-01

Auteur: Moeder Bruggink

De Lindeboom

O, schone grote prachtige lindeboom,
ik mis U in het afsterven van Uw blad
en naar dat dwarrelen van Uw bladeren heb ik vaak gekeken.
De duif met zijn roep: roekoe roekoe,
en dan zei vader `s morgens tegen mij: “hoor je hem wel”
en zomers de bijen met hun gezoem,
in `t voorjaar de nieuwe blaadjes prachtig
en dan `t bloeien, heerlijke reuk.
Wat heeft menigeen niet geschuild voor een buitje
en kraaien die in `t voorjaar takjes weghalen
en dan twee aan twee op een tak, prachtig.

Gij stond als trouwe Wachter en bedekte ons huis.
Ik zie nog de kinderen spelen om Uw stam.
Wat heb ik onze kinderen niet vaak in `t hobbelpaardje
onder die boom gezet.
Gij hebt alles meegemaakt, oorlog maar niets mocht U deren.
Maar nu moet gij gaan tot Hengeloos spijt,
en vooral voor de familie Bruggink.
Besselink heeft vaak gezegd: “wat is dat toch een mooie boom

Maar nu zijt gij gevallen, 10 september om 4 uur.
Gij stond ons niet in de weg o schone grote lindeboom,
maar wel geloof ik een ander.
Ik heb geweend, moeder,
en `s morgens bij het ontwaken zongen de vogels hun lied.
Want wij sliepen onder zijn kroon en dan zegt moeder:
“meezingen van vogeltje, wat zingt gij vroeg”.
Pas ontwaak ik uit mijn dromen
of ik hoor U in de boom:
“is de dag niet lang genoeg, is de dag niet lang genoeg?”
—————

En nu nog het oude huis met zoveel zoete herinneringen.
De kinderen groot, allen getrouwd,
1 meisje, 7 jongens, vader overleden.
Moeder blijft alleen en niet sterk,
maar ze kan nog zingen van :
“zoete huis, mijn kleine cirkel, sluit mijn ganschen rijkdom in
wat de wijde wereld schenke, Ik U bovenal bemin”

Moeder Bruggink.


De boom moest wijken om het huis te behouden ”
10 september 1952
Foto: Collectie Staring Instituut, Oudh. Vereniging ‘De Graafschap’