2015-04 Kind in horecagezin

Uit de Olde Kaste 2015-04

Auteur: Carla Luesink-Bruggink

Hoe heb je het als kind ervaren om op te groeien in een horecagezin

Toen ik dit verzoek onder ogen kreeg, kwamen er direct allerlei jeugdherinneringen naar boven en enkele daarvan, alsmede wat foto’s uit de oude doos, wil ik best delen met de lezers van dit blad.

Allereerst wil ik graag kwijt dat ik uit een warm nest kom. Ook al waren mijn ouders altijd erg druk in hun horecabedrijf (‘Café de Zon’ aan de Raadhuisstraat 13 ), ik heb zeker niet het gevoel dat ik aandacht en liefde tekort ben gekomen. Toen het oude café er nog was, verliep ons gezinsleven nog heel rustig. Maar aangezien je mee moest met de moderne tijd, werd er besloten om een nieuw horecapand te bouwen, ditmaal met feestzaal, en het oude beeldbepalende dorpscafé af te breken. In januari 1960 werd de nieuwe zaak geopend en vanaf die tijd was het gedaan met de rust. Veel feesten en partijen, maar ook begrafenissen werden bij ons gehouden. En ook het café had de hele dag door klanten. Wat ik zelf als heel jammer heb ervaren, is dat mijn vader van de vroege ochtend tot de late avond, en bij feesten zelfs tot in de kleine uurtjes, in beslag werd genomen door zijn werk. Ook tijdens het eten werd hem die rust vaak niet gegund. Hij probeerde er voor te zorgen om samen met zijn gezin van de warme maaltijd te kunnen genieten, maar net als de soep was opgediend klonk het vanuit het café “Geert!”en dan was hij al weer verdwenen en werd het eten koud. Gelukkig was er ook nog mijn moeder. Al was er een drukke bruiloft aan de gang, als ik thuis kwam van school maakte ze altijd even tijd voor me vrij om te vragen hoe de dag was geweest. En bij het kopje thee was er dan vaak een bruiloftsgebakje voor me. Mijn moeder wilde nooit tekort komen, dus er bleef er altijd wel een over. Een andere jeugdherinnering: in de nieuwe feestzaal lag parket op de vloer en aangezien er vaak op gedanst moest worden, werd er voor gezorgd dat de vloer lekker glad was. Voor een kind natuurlijk een heerlijke uitdaging om daar zover mogelijk over te gaan glijden. Ik zette dan de tussendeur van café naar zaal open, nam een flinke aanloop en gleed dan zo de zaal binnen. Tot die ene keer, toen was het afgelopen met de pret. Ik kwam weer eens de zaal binnenglijden, en werd zeer onverwacht geconfronteerd met een kist met een overledene, die daar stond. Wat ben ik toen geschrokken, van glijden was geen sprake meer.

Het opgroeien in een horecabedrijf heeft nadelen, maar zeker ook voordelen. Nog goed herinner ik me de oudejaarsavonden in het café. Mijn ouders hadden eigenlijk nooit vrij, alleen op kerstavond, Eerste Kerstdag en op oudejaarsavond was de zaak gesloten. Op deze laatste avond van het jaar kwam de hele familie Bruggink (inclusief ooms en tantes, nichten en neven) bij elkaar in het café en dat was altijd enorm gezellig. En klokslag tien uur kwamen de karbonades, met jus en brood op tafel, een traditie die wij als kinderen later nog lang in ere hebben gehouden. Een ander voor deel was, dat je door de zaak al heel snel de beschikking had over telefoon en televisie. Omdat veel buurtkinderen geen tv hadden, mochten ze de kinderuurtjes op de woensdagmiddag en de zaterdagmiddag altijd bij ons komen kijken. Om vijf uur zaten we dan in een vol café helemaal klaar voor ‘Swiebertje’, ‘Dappere Dodo’ en ‘de vliegende knorrepot’, onder het genot van een glaasje ranja. Na afloop zwaaiden we allemaal naar ‘tante Hannie’(Lips) en dan ging iedereen weer naar huis. Toen ik ouder werd moest ik natuurlijk ook af en toe meehelpen in de zaak. Aan het omspoelen van de bierglazen had ik een broertje dood. Ook al waste ik mijn handen na afloop wel een paar maal met zeep, bij het slapen gaan, stonken deze nog steeds. Waarschijnlijk de reden dat ik nu nog steeds geen biertje lust, ik vind het nog altijd een onprettige lucht. Ook bediende ik vaak klanten die een ijsje kwamen kopen, ik kon dat mooi doen terwijl ik mijn huiswerk maakte. En na afloop mocht ik altijd zelf een ijsje uitkiezen. Ik heb toen zoveel ijsjes gehad, dat ik ze nu bijna nooit meer eet. Als ik nu in gedachten alles weer eens de revue laat passeren, kan ik toch wel de conclusie trekken, dat ik er absoluut geen hekel aan heb gehad om in dit drukke horecagezin op te groeien. Ik heb er een fijne jeugd gehad!

Carla Luesink-Bruggink.