3 januari 1953
Late Lente door H. ZEEBERG (12)
„Alle overdrijving schaadt, moeder, al heb je wel een beetje gelijk,” lacht Arend Konijnenbelt. „De groeten, Jan, en tot morgen.” „Welterusten samen,” groet Jan en verdwijnt naar de deel. Sanne hoort de deur dichtslaan en even later knerpt het grint, als Jan voorbij de keuken fiets. Zijn vertrek pijnigt haar. Het meisje is hem eigenlijk niet waard, denkt zij vaak. Waarom, weet zij niet recht. Of het zou alleen om dat éne moeten zijn. Maar dat kan ook nog best meevallen, zegt Jan. Zij beschuldigt zichzelf dan: ze is niet onbevooroordeeld…. „Het zou mij toch spijten, als hij wegging,” zegt de boerin. „Twee zielen, één gedachte, moeder, Ik zat er ook net over te denken. Maar reken maar, dat hij gauw naar Freek Meppelink schrijven zal.” „Kun je het hem heus niet uit het hoofd praten? Je geeft hem veel te veel voet.” „Ik denk er niet aan. Hij heeft gelijk. Hier komt hij niet verder. En in Jan zit wat.” „Zo ver weg. ’t Is me wat-!” „In Canada is God ook, moeder. Het kan nooit Zijn bedoeling zijn, dat alle mensen op een klit bij elkaar blijven leven. Dat kan trouwens niet eens. Vermenigvuldigt u en vervult de aarde. Daar hoort ook het weinig bevolkte Canada bij.” Ja, daar kon vrouw Konijnenbelt niet tegen op. In haar hart moet zij haar man volkomen gelijk geven, maar ja, och ja,… een vrouw is vaak zo heerlijk inconsequent „Maar zonder geld kan hij toch niets beginnen?” „Voorlopig heeft hij zo goed als geen geld nodig”. Zie verder in de Reclame.

10 januari 1953
Late Lente door H. ZEEBERG (13)
Mét dat hij de klink van de achterdeur optilt en het deurtje nauwelijks open heeft, is er gestommel: binnen hebben ze iets vernomen. Evert, schrale jongensfiguur hij is in de groei-jaren, blikt in de carbidlamp. „Hé, ben jij dat, Jan? Marie, Marie, hier is Jan!” De buitendeur slaat dicht. En dan is daar Marie Saalmink, een struise, jonge vrouw van het land, van de leeftijd van Jan, „Ben jij daar,” zegt ze verrast, En zij neemt niet alleen zijn kus in ontvangst, maar geeft die dubbel terug. Want zij houdt zielsveel van hem, dat staat vast. „Kom gauw binnen, jongen. Je zult het wel koud hebben. En daar is warmte.” „Welkom, zeun. Hoe later op de avond, hoe schoner volk.” Dat is de opgewekte stem van Saalmink, die Jan bar graag lijden mag. Hij loopt tegen de vijftig, maar ziet er veel jonger uit. „Moest je hier in de buurt wezen, Jan?” Dat vraagt moeder Saalmink, die iets jonger is dan haar man, maar er ouder uitziet. Zij heeft een wat zorgelijke trek om haar mond. Je behoeft niet te vragen, of Marie een dochter van haar is. Die twee lijken, in elk geval uiterlijk, sprekend op elkaar. „Neen, neen, moeder, ‘k had trek, hierheen te komen. Zaterdag duurt nog zo lang. Evert schatert. „Wil je wel eens koest zijn, jo?” vermaant Jan hem. „Als je droog achter je oren bent, ben je net zo.” „Hij heeft nou al een meisje,” plaagt Marie. „Wat moet ik horen, Evert?” „Ze klets,” moppert Evert. „Kom hier zitten, Jan. ‘k zal je koffie inschenken.

17 januari 1953
Loop van de bevolking in 1952
Op 1 Januari 1952 bestond de bevolking uit: 3065 m. en 2922 vr., totaal 5987 zielen. Geb. 69 m. en 54 vr. Gev. 144 m. en 146 vr. Totaal 213 m. en 200 vr. Overleden 21 m. en 25 vr. Vertrokken 120 m. en 178 vr. Totaal 141 m. en 203 vr, Tot. vermeerdering 72 m. vermindering 2 vr. Bevolking op 1 Jan. 1953: 3137 m. en 2919 vr., totaal 6056 zielen hetgeen een vermeerdering is van 69 zielen. Over 1951 bedroeg het aantal geboorten 175, over 1952: 123, of een daling van 52, of ± 28%.  Gedurende het jaar 1951 overleden 53 personen, in 1952:46 of 7 minder. Naar onderscheiding van de godsdienstige gezindten was de bevolking als volgt verdeeld : 3513 Ned. Herv. (3482), 11 Ev. Luth. (9), Herst. Luth. 2 (2),  Doopsgezindten 6 (8), Remonstranten 5 (5), Gereformeerden 60 (59), Ger. Gemeenten 2 (2), Chr. Gereformeerden 23 (23), Rooms Katholiek 2339 (2315), Ned. Israëlieten 8 (8), OudGereformeerde kerken 5 (3), Herst. Apost. Zendingsgemeente in de Eenheid der Apostelen 17 (19), Oud Gereformeerde kerken 0 (1), DuitsEv. Gemeente 0 (1), Waalse Gemeente l (1), Vergadering van Gelovigen 1 (0), Geen Godsdienst 63 (48), Als emigranten werden afgevoerd 7 mannen en 7 vrouwen of in totaal 14 personen. Gedurende het jaar 1952  werden 53 (44) huwelijken voltrokken. Tussen haakjes geplaatste cijfers zijn van 1951.

Ode aan de dommigheid
Nog dommer dom as domste dommen
Is ’t van mien, dak hier de dommigheid bezinge,
lej mot op mien moor niet gaon brommen :
Domme luu doet altied domme dinge!
Kom an ! De dommigheid is ok een gave!
Vol mooier dan mennig mense wel vermoed,
Moor zuutjesan een witte rave,
Die kom iej ok niet maklijk bi-j de hoed.
Gelukkig ! ’t Buskruud hek niet uutevonnen,
De A-bom niet en ok niet ’t mosterdgas!
Stel oew veur, dat ik dat konne,
Zoj niet denken, dat ’t geveurlijk was ?!
Dat geleerde luu zuk spul kont maken,
Is dunk mien al broerd genog,
Dat zoew en mien door mee kont kraken
Henk al joren in de loch.
Geef mien dan moor de domme schroeten
En aj ze missen kon, de aller domsten moor,
Met van die köppe lomp as Drentse stoeten:
In vette hassens schuult gevoor!
Och, kwam de dommigheid moor gauw weer in de mode !
De knappe köppe lacht zich slap en krom:
Nuumt die gekke keerl dat now een ode ?
Och, och, wat is den holten Max toch dom.
MAX HOLT.

Late Lente (14) door H. ZEEBERG.
„Wat is er nu, Kindje ?” „Schrijf niet naar Freek,” smeekt Marie. ,,Laten we hier blijven. Ik zie er zo tegenop, ’t Is zo ver. En moeder wil het ook niet. We kunnen toch niet met ruzie weggaan? ‘k Zou geen leven hebben. Neen ik wen daar nooit.” „Wat weet je daar nu van ? We hebben mekaar toch? En we zijn jong. We slaan ons er wel door.” „Neen, neen, je moet het niet doen. Vaste arbeider bij Konijnenbelt is niet slecht. Ik wil hier in de buurt blijven.” „Ik dacht, dat je veel van me hield?” Hij zegt het op somber-droeve toon. Deze tegenstand begrijpt hij niet. Hij is er vrijwel klaar mee. Als er maar gunstige berichten van Freek komen. Moet Marie, het meisje, dat hij zielslief heeft, hem nu  tegenwerken? „Je weet wel, dat ik veel van je houd,” snikt zij. „Als jij net zoveel van mij houdt als ik van jou, dan blijf je hier.” „We praten nog wel eens,” zegt hij. „Je ziet het verkeerd.” Zie verder in de reclame.

Jaap Meijers wrak vee

Lebbink Vorden naaimachines

Voskamp koffie

Herman van Velzen – Um den olden Berendschot

 

24 januari 1953
Mijn Voetbalheld (gedicht)
Wat was je laatst weer goed op dreef,
Hoe heb ik je bewonderd!
Je spel, zo waar ik leef,
Heeft mij toen overdonderd.
Ik stond — maar neen, je zag me niet,
Dat speet me zo ten zeerste —
Te trillen in de rij en heel avide
Nog wel in d’aller eerste!
Wat kreeg me toch die bal een schop !
Hij zou er aan bezwijken,
En dan die stoten met je kop :
Hoe bonkig kon je kijken.
Ook dat „andere” had je fiks,
Zo fel, zo onverschrokken !
Je zette ze een voet en verder niks
En zie, ze lagen van de sokken !
Toen heeft die domme referee
Z’n vonnis bruut gestreken,
O ! Ik had em voor m’ n knie
Wel in stukken willen breken !
MAX HOLT


Brieven uit Canada.
Hoe is het boerenbedrijf in Canada ? Deze vraag wordt behandeld door de heer P. van ’t Riet, werkzaam op een bedrijf in Stevenston B. C. in Canada. Het boeren of farmen zo ze dat hier in Canada noemen is heel verschillend bij Holland. De werkwijze is anders, het vee is verschillend bij het Hollandse vee, de opbrengsten, het voeren der koeien, het fokken van kalveren enz. het is in geen enkel opzicht te vergelijken bij het Hollandse farmen. Toen ik hier pas in Canada kwam en we reisden van Halifax naar B.C. gingen we eerst door de bergen en langs meren en wildernissen, maar koeien zag ik niet. Ik heb mezelf toen wel eens afgevraagd of ze wel koeien konden hebben. Maar enfin hoe verder we kwamen, daar werd het weer anders, maar veel koeien zagen we niet. Maar eindelijk voorbij de prairie’s daar zagen we ze dan toch, toen heb ik mijn ogen uitgekeken op dat eigenaardig soort vee wat ze hier hadden, ik wist toen natuurlijk nog van geen naam of soort van vee. Toen ik dan bij mijn eerste baas aankwam zag ik daar van nabij dat soort vee wat ik onderweg van verre gezien had. Dat soort vee dat die boer had noemen ze hier Jersey’s, het is een klein soort vee, erg zenuwachtig en de kleur is meestal roodbruin. Er zijn hier Canadians die zeggen dat het voor een Dutchman niet zo gemakkelijk is om die Jersey cows te melken, maar dat is onzin natuurlijk, want als je melken kan, kan je alles melken ook. Maar als je onder de Hollandse koeien vandaan komt en je komt dan onder dat soort vee dan zie je wel het verschil en moet het wel even wennen. Meestal hebben ze korte dunne spenen en zijn zoals ik al zei wat zenuwachtig, en moet je ze ook een beetje kalm behandelen want anders maak je wel kans dat ze over je heen springen, want ze zijn zo gauw als water. In de meeste gevallen is het soort Jersey’s geen hoge producer van melk, wel van vet. Er zijn Jersey’s die 9 over 5% en soms 6% vet komen. Dat is wel aardig, maar om je melk af te leveren, heb je er hier voor het grootste deel van het jaar niet zo veel aan. (Wordt vervolgd).


Late Lente door H ZEEBERG (15)
Zal een vrouw niet vader en moeder verlaten en haar man aanhangen ? Weet jij wat Gods wil is ? Of wil je God de weg voorschrijven ? Moet dit voor ons en Marie niet een zaak van gebed zijn ?” Dan zwijgt Moeder Saalmink, voelend, dat haar man in de grond van de zaak gelijk heeft. Maar zij wil er niet aan, want zij wil Marie hier houden. Die moet niet naar dat verre land over zee trekken. Waarom zou ze dat ? Ze kent de taal van de mensen daar niet eens! Jan kan voorlopig nog wel vaste arbeider bij Konijnenbelt blijven en dan kan hij later wel een gedoetje kopen of huren. Om naar Canada te gaan, moet hij toch ook geld lenen. Dat kan hij beter hier besteden. Het is feitelijk alles hoogmoed van hem. Hij wil boer worden, keuterboertje is hem eigenlijk nog te min, zij heeft hem wel dóór. Al is hij dan in hart en nieren boer, de stadse allures zitten er nog wel in. Hij wil meer schijnen dan hij in werkelijkheid is. Zijn vader, die zij in Zwolle een paar maal heeft ontmoet, is net zo. Die kruidenierszaak daar betekent niet veel, maar de man praat alsof hij een grote zaak heeft. Neen, Marie moet blijven weigeren, dan gaat de manie om naar Canada te gaan, vanzelf wel over.

31 januari 1953
Oprichting Bescherming Bevolking
Van de Commissaris der Koningin in de Provincie Gelderland, ontvingen wij het volgende : Aan de inwoners van de Provincie Gelderland. Aan de vooravond van het tijdstip, waarop in deze provincie de werving van vrijwilligers voor de organisatie van de Bescherming Bevolking — in de wandeling kortweg „de B.B.” geheten — zal worden ingezet, meen ik langs deze, mij welwillend opengestelde weg een enkel woord tot U te moeten richten. Over opzet en doelstelling van de B.B. zal ik niet uitwijden; voorlichting hieromtrent zal U — zo Gij daaraan nog behoefte hebt – – op de gedurende de wervingsperiode overal aanwezige wervingscentra. tijdens te organiseren wervingsavonden enz., in ruime mate kunnen worden verstrekt. Ik wil van deze plaats niet anders dan een ernstig beroep doen op U allen — mannen zowel als vrouwen in dit goede gewest – – om U in grote getale als vrijwilligers aan te melden voor de B.B. Slechts door Uw eendrachtige medewerking en offervaardigheid zal een hechte organisatie kunnen worden opgebouwd ter bescherming van een ieder’s leven en goed, wanneer onverhoopt de omstandigheden daartoe mochten nopen. Wij hebben de plicht in dit opzicht paraat te zijn en ik verwacht, dat ieder onzer naar deze plicht zal handelen. Moge de komende werving in deze provincie tot een volledig succes worden! De Comm. der Koningin in de Prov. Gelderland C. G. C. Quarles van Uffort Voor de Gemeente Hengelo Gld is BB als volgt geregeld Ter bevoegde plaatse werd ons medegedeeld dat de Organisatie Bescherming Bevolking in deze gemeente reeds in een aanvangstadium is getreden. De kom van Hengelo Gld is in het kader dezer organisatie in twee blokken verdeeld. In elk blok zal één blokploeg worden geformeerd bestaande uit: 1 blokhoofd, 1 plaatsvervangend blokhoofd, 6 man Brandweer, 6 man opruim- en reddingsdienst, 4 E.H.B.O.ers(sters) en 2 man voor verkenning en melding. In de bebouwde kom van Keijenburg is een kwart blokploeg (5 man) geformeerd. Door de heer Burgemeester zijn als blokhoofden reeds aangesteld de heren J. Klem Sr. met als pl.verv. H. H. Visser en H. Boerman met als pl.verv. G. Lenselink. Voor Keijenburg is als blokhoofd aangesteld de heer J. A. Goossens. Gaarne wekken wij U op aan het verzoek van de heer Commissaris der Koningin in deze Provincie gehoor te geven. Aanmeldingen kunnen ter secretarie worden gedaan waar ook de nodige inlichtingen zijn te verkrijgen.

Verkoop bouwterrein.
Door Th. A. A. Hooman alhier, is aan het gemeentebestuur verzocht hem een bouwterrein van 17 m breed en ongeveer 22,5 m diep met een oppervlakte van ongeveer 450 m2 aan de Tramstraat te willen verkopen. Aangezien dit bouwterrein voldoet aan de eisen die in het uitbreidingsplan voor de bouw van een vrijstaande woning worden gesteld zijn Burg. en “Weth. van mening, dat de koopprijs op f 3.— per m2 mag worden gesteld, tegen welke prijs het prijzenbureau voor onroerende zaken geen bezwaar heeft. In verband met het een en ander stellen zij aan de raad voor bedoeld bouwterrein op de bekende voorwaarden aan verzoeker Hooman.

Late Lente door H. ZEEBERG (16).
Maar die hebben voorlopig hun bekomst van de impulsieve daad van Troelstra. Zij kunnen alleen uit de verte aanschouwen, dat inderdaad in Duitsland de Republiek van Weimar tot stand komt en dat  Ebert President wordt. In Nederland staat hecht en vast een troon van Wilhelmina van OranjeNassau, gestut en geschraagd door de liefde van een volk, dat weet wat het wil. Dan rijdt op een morgen, zoals eiken morgen, want „De Standaard” komt er elke dag. de postbode het erf van Konijnenbelt op : de couranten, een paar brieven — ook een van Kees, die nog niet gedemobiliseerd is, wat’ook niet verwacht was, nog enkele maanden moet hij blijven — een boerenblad en : „D’r is ook een brief voor fan Stelmaker, helemaal uit Amerika”, zegt de postbode, die kind aan huis is. „Heeft-ie daar een suikeroom zitten?” informeert de man. „Wel drie, kerel,” lacht Sanne, die de post in ontvangst neemt.

Modehuis Jacobs overgedragen naar Lentferink
Zondag a.s. is onze laatste verkoopdag, dan geven wij de zaak over aan de heer LENTFERINK. Wij danken allen die ons begunstigd hebben en vooral hen, die ons door de moeilijkste jaren hebben geholpen en bijgestaan. Wij bevelen onze opvolger ten zeerste bij U aan.
DAMES JACOBS

Vrijdag 6 Februari 1953 nemen wij de verkoop over van de Dames JACOBS. De officiële opening vindt plaats op nader te bepalen datum. Wij hopen dat U ook ons het vertrouwen zult schenken, dat de FA. JACOBS steeds heeft gehad. Wij zullen door goede kwaliteiten, prima bediening, tonen dit waard te zijn. Voortaan Zaterdag de gehele dag geopend. Zondag gesloten.
Beleefd aanbevelend, FA. LENTFERINK-JACOBS

7 februari 1953
Stormramp
Ons volk is getroffen door een ramp welke z’n weerga in de geschiedenis niet kent. Niettegenstaande de vele moderne technische middelen welke gebruikt en aangewend worden, wordt het cijfer van slachtoffers steeds groter. De kleinheid en geringheid van de mens wordt wel zeer duidelijk gedemonstreerd door dit ontzettend gebeuren. De terugslag welke deze nationale ramp heeft op het andere deel van ons volk is ontroerend. Men kan spreken van een offerzin in alle lagen van de bevolking. Ook Hengelo stond deze dagen in het teken van de stormramp, Zondag werd reeds tot laat in de avond door het personeel van het gemeentebestuur gewerkt aan lijsten voor  inzameling van gelden en het plaatsen van kinderen. Maandagmiddag werd vergaderd door het Groene Kruis, het Wit Gele Kruis, de V.V.H., het Rode Kruis en het Gemeentebestuur, en werd het program van actie opgesteld, ’s Avonds hield de Ned. Herv. Kerk een bidstond voor het getroffen gebied en de collecte hiervoor bracht f 949.40 op. Dinsdag werd er een algehele inzameling gehouden onder de bevolking en ging men de gemeente rond met intekenlijsten. Voor collectanten werd hiervoor ingeschakeld de V.V.H, met haar aangesloten verenigingen, de Brandweer en de Nationale Reserve, met als resultaat hierboven door de burgemeester vermeld. Woensdag stond in het teken van de inzameling van goederen. Het is enorm, zoals hier ontvangen werd: 344 paar klompen, een aantal kinderlaarzen, zeer veel schoenen in alle maten, babygoed, enz. enz. Goederen in alle verscheidenheid, waaronder ook meubelen en bedden. Er is veel werk verzet dezer dagen, vele personen hebben zich belangeloos gegeven voor de inzameling en niet te vergeten het verzamelen en sorteren van de goederen, de vrachtauto’s werden belangeloos beschikbaar gesteld door de ABTB, „de Volharding”, Joly, de CementIndustrie en de Hengelose Engrosslachterij en in Keyenburg door de Coöp. Aankoopvereniging, waar de verkenners hun beste beentje hebben voorgezet. Talrijke dames hebben de goederen gesorteerd, wat op zichzelf al een geweldig werk is, als men bedenkt dat
soort bij soort gelegd en genoteerd werd. En laten we vooral niet vergeten dat de politie hier zeker genoemd moet worden en een woord van dank ook zeker op z’n plaats is. Moge dit alles een kleine balsem zijn op de ontzaggelijke wonden die geslagen zijn.

Collecte ten bate van de slachtoffers der watersnood
De burgemeester bericht met dank aan de milde gevers, alsook aan al diegenen die in één dag de gehele gemeente rondgingen, dat de opbrengst van de gehouden collecte ten bate van de slachtoffers van de watersnood bedroeg ruim f 18.200. — . Nagekomen giften worden nog gaarne aanvaard ten gemeentehuize of bij de burgemeester (desgewenst op diens giro 65469). De burgemeester van Hengelo-Gld F. van Hoogstraten

Stormramp (gedicht)
„De zee, de zee klotst voort in eindeloze deining,”(*)
Tot woeste saters, schaatrend om dat dichterlijke woord.
Zich gillend storten op haar rustige verschijning
En zó haar bedding maken tot een helle-oord.
De zee doorzweept van bulderende orkanen,
Breekt uit in tomeloos geweld.
En zij, die achter dijken zich het veiligst wanen,
Zij worden altijd weer het diepste nog ontsteld.
Door storm-demonen infernaal bereden.
Verbrak wild steigerend het waterros
Den breidel, die hem mensenhanden smeedden
En ramp na ramp sloeg heilloos los
Kom laten wij naar best vermogen,
Tot stelping van dit overgrote leed.
Nu allen samenwerken in een edel pogen :
Onmenselijk de menu. die nu zijn plicht vergeet.
MAX HOLT. (*) Deze versregel is van Willem Kloos.

14 februari 1953
Bezinning (gedicht)
Geteisterd door een woest orkanen.
Ontluisterd door een zilten vloed,
Staan haveloos in stil vermanen,
De huizen, waar geen mens een mens ontmoet.
Wij waren trots op onze dijken:
Het water hadden wij zijn grens gesteld!

Nu drijven in datzelfde water lijken.
Gegrepen door een niets ontziend natuurgeweld.
De mens met al zijn wetenschappen
Blijkt even weerloos als een kind.
Als rampen onafwendbaar bij hem binnenstappen,
Grijpt hem een angst, die hem ontzind.
Hem rest dan slechts nog één erbarmen.
Dat mensen uittilt boven angst en smart:
Het weerloos vluchten in Gods Vader armen,
’t Berouwvol hunk’ren naar Zijn Vaderhart.
MAX HOLT

Brieven uit Canada
Hoe is het boerenbedrijf in Canada ? Deze vraag wordt behandeld door de heer P. van ’t Riet, werkzaam op een bedrijf in Stevenston B. C. in Canada. Als je hier een overproductie van melk hebt dan mag je een zeker procent consumptiemelk leveren en de rest is surplusmelk of industriemelk. De consumptiemelk wordt dan wel vrij goed betaald maar de industriemelk niet, dan gaat het meer over een groter melkopbrengst dan over een hoog vetgehalte. De farmers hier hebben ook de eigenaardige gewoonte om de koeien de hoorns af te branden, ze doen dat al als het kalveren zijn. Ze hebben daar „Dehorningstof” voor, dat is een vloeistof, dat op de hoorns wordt gesmeerd als de kalveren twee weken oud zijn en er iets van de hoorns te zien is, deze stof brandt absoluut weg. Ik vindt het niet zo mooi, och nu na twee en een half jaar er tegen aangekeken te hebben weet je niet beter of het hoort zo, maar als je weer eens een
koe ziet met hoorns dan zie je eigenlijk het verschil pas. Dat doen ze hier bij alle soorten vee, want je ziet er maar erg weinig met hoorns. Het soort vee dat ze hier hebben is dan ook over het algemeen Jersy’s, Geurkeneus, Friesran-Holstein en Airshire, en dan heb je nog een soort dat weet ik niet hoe ze die noemen je hoort eigenlijk nooit anders dan Whitehead, d.w.z. witkop, ’t Zijn rode koeien met witte koppen en die worden niet gebruikt voor productiekoeien, dat zijn allemaal beefcows of vetweiers. Dit is meest Indianenwerk, daar hebben ze er zo ongeveer 200 á 300 van lopen, die krijgen ze eigenlijk nooit in handen, want in de regel loopt er een stier tussen en als er dan een kalf geboren wordt dan gaan ze met een tractor en een stecle er achter het land in naar het pasgeboren kalf, zien dat kalf zo goed en kwaad als het kan op de stecle te krijgen en dan weer gauw op de tractor, anders maak je wel kans dat je onder de voet gelopen wordt en dan ben je er geweest ook, o, als je ze ziet lopen zijn ze rustig en vredig, maar met een bijzondere gelegenheid moet je er niet lopende tussen zijn. (Wordt vervolgd)

Late Lente door H. ZEEBERG (17)
Nauw heeft Sanne haar hielen gelicht, of hij loopt naar de schuurdeur, waarin een ruitje zit, dat hem voldoende licht geeft, om het slecht geschreven epistel te kunnen lezen. De brief is vol taalfouten en doorspekt met met Engelse woorden. Maar de inhoud is duidelijk genoeg: als Jan verstandig is, komt hij met spoed naar Canada; het bevalt hem (Freek) er uitstekend. Het is een goed land. In de omstreken van Granum, waar het wemelt van Hollanders — onder elkaar spreken zij Hollands en het Engels leer je op de duur wel – – kan hij bij een boer komen, die in Groningerland heeft gewoond. Als hij daar een paar jaar werkt, kent hij de knepen van het vak en kan zelf beginnen. Land genoeg te koop. En goed land ook. Niet duur, naar Hollandse maatstaf gerekend. Als hij wil, kan hij wel getrouwd komen. Voor nicht Marie is er ook wel plaats. En dan leert die ook het farmersleven. Hij moet maar gauw schrijven, wanneer hij komt. April,  uiterlijk Mei is het beste dan zit hij direct in de zaaitijd en kan in Augustus de oogst meemaken. Zie verder in de reclame.
 

21 februari 1953
’t Ston in de krante (gedicht)
Van alles kan een mense toch beleven !
Door staoj gewoonweg van vestomp.
Mangs liek de woorheid wel ewéven
Uut leugens, diej kont vulen met de klump.
Zon woorheid ist, diek noew vetellen wille,
Aans onder Vodden ist gebeurd.
Mien steet ’t vestand d’ r helemaols van stille!
Wie hef zoiets ok ooit geheurd ? !
Een kniene door, kwam in et kinderbedde,
Femilie Wipstat was natuurlijk bli’j.
Een zeslink ! riepen zin de wedde,
Een wekke later krege d’r nog dri’j !
Wat zeg iej door ? Staok noew te liegen ?
Vuul iej oew eigen moor an et heuf!
Mien dunk, iej mot ze wel zien vliegen,
Daj mien, een eerlijk mense, niet geleuf.
De woorheid is, dak ’t heb elèzen,
Aans in mien liefblad. Dus ok zonnekloor,
Dat ’t warkelijk gebeurd mot wezen,
Iej wet, wat kranten schrief is altied woor!
Max Holt

Late Lente door H. ZEEBERG. (18)
Daar zit toch wel wat in, al nam hij Marie liever mee. Neen, ’t was niet gek bedacht. Dan was meteen het conflict bij de Sualminks, nu ja, wel niet opgelost, maar het had niet die scherpte meer. Dan kon hij Marie naar waarheid inlichten, hoe het ginds was en haar milder stemmen. „Ik moet daar eens over denken,” zegt hij langzaam, een pijp stoppend. „Maar u moet niet denken, dat het er mij niet zal bevallen. Als ik eenmaal weg ben, kom ik niet met hangende pootjes terug”. „Dat verwacht ik niet van je, Jan. Jij komt er daar wel,” zegt de boer warm. „Maar toch geloof ik, dat je moet doen, zoals ik gezegd heb. Dat lijkt mii verreweg het beste, ‘k Heb ook niet anders gedacht, of je zou zo doen. Maar nog eens, je moet het zelf weten. We praten er nog wel eens over. Er is meer te bespreken”. Sanne heeft vol belangstelling zitten luisteren. Zonder dat zij het bemerkt, staart de boerin haar aan. „Kom Sanne, we moeten aan het werk”, zegt zii dan hartelijk. „De mannen kunnen nog wel wat praten.” „Dat kunnen we in de schuur ook,” meent Konijnenbelt. Zie verder in de Reclame

28 februari 1953
PROPAGANDAAVOND Bescherming Bevolking
Dinsdagavond J.L. werd in de zaal „Concordia” een goed bezochte propagandaavond gehouden voor de organisatie Bescherming Bevolking, Door het Kringhoofd B.B., de heer van de Spek uit Ruurlo, werden enige lantaarnplaatjes vertoond vergezeld van een door hem gegeven toelichting. Vervolgens werden een drietal leerzame films vertoond getiteld „Wij leven vrij, wij leven blij”, „De les van Londen” en „Mijn buurmans buurman”, In de eerste film werd tot uiting gebracht het verschil in het dagelijkse leven in een onder dictatuur staande staat en in een democratisch geregeerd land. Vooral „De les van Londen” toonde aan wat een goede Bescherming Bevolking waard is. Londen — dat in de afgelopen oorlog 300 maal zoveel bommen te verwerken kreeg als Rotterdam in de Meidagen 1940 — zou in het geheel niet meer bestaan hebben als de uitwerking der diverse bombardementen dezelfde was geweest als in Rotterdam. De  bevolking zag echter in dat men niet in de schuilplaatsen moest blijven zitten tot het „luchtalarm geëindigd” werd geblazen. Fel en  spontaan bestreed de bevolking, die overdag in de fabrieken lange werktijden maakte, de luchtaanvallen der Duitsers, Hieraan is het te danken dat men thans te Londen nog maar weinig sporen van bombardementen vindt. De laatste film „Mijn buurmans buurman” gaf een inzicht in de taak van de blokploeg. Hoofdmotief hiervan was niet de verantwoordelijkheid van een goede zelfbescherming op de schouders van de buurman te laden doch deze spontaan zelf te aanvaarden. Zie verder in de Reclame.

Late Lente door H. ZEEBERG (19)
De coupé is vol mensen, jongeren en ouderen, zodat hij geen gelegenheid heeft zijn gemijmer voort te zetten. Bovendien verneemt hij iets nieuws –nu ja, hij heeft er wel van gelezen in de courant, maar er weinig aandacht aan geschonken — dat hem belang inboezemt: er wordt veel gepraat over zieke mensen. Er zijn er ontzaggelijk veel in Zeeland, Brabant en Limburg. Het schijnt wel een besmettelijke, kwaadaardige ziekte te zijn, want hele gezinnen lijden er aan. In Maastricht moeten de dokters het overdruk hebben en zij hebben de sleutels van de huizen der patiënten in de zak, omdat het gehele gezin in bed ligt. En steeds meer Noordelijker komt de ziekte, die de Spaanse griep genoemd wordt. Ook in Arnhem zijn er al heel veel zieken. Een ander weet te vertellen, dat er in Limburg al verscheidene sterfgevallen zijn voorgekomen. ,,Het kindje moet een naam hebben”, zegt een oud moedertje met heldere stem. ,,Spaanse griep. Het is niet anders dan een kwaadaardige influenza. Als je iets voelt, moet je onmiddellijk in bed kruipen en al maar zweten. In ’60 is het ook
geweest, ‘k Weet er alles van. Maar toen noemde men het geen griep. Influenza, anders niet. Alleen heel erg.
Zie verder in de Reclame.

7 maart 1953
Voor het goede doel
Bij de gehouden collecten ten bate van het Groene Kruis op onderstaande feestelijkheden werd wederom weer een mooi resultaat geboekt en wel als volgt: Kelderman-Cornegoor (12,5 jarig Huwelijksfeest) f 17.13; Jacobs-Jakobs f5.71; v. Tongeren-Pelskamp f 13.46; Lubbers-Wesselink f 34.66; Bannink-Hage (30-jarig Huwelijksfeest) f 33.47; Lubbers- ten Have f 18.35; Vrije gift f 10.—. Aan allen hartelijk dank.

14 maart 1953
Nieuws van de B. B.
De organisatie van de Bescherming Bevolking te Hengelo en Keyenborg gaat’ naar wens. Alle drie blokken zijn geformeerd. In de leiding van blok Hengelo-Zuid, is enige wijziging gekomen. De heer Klem, die de eerste stoot gaf tot oprichting van Blok-Z. heeft, nu de zaak draait, gemeend zijn taak aan een jongere kracht te moeten overgeven. Deze jongere kracht is gevonden in de heer P. J. van Keulen, die zich bereid verklaarde de taak van blokhoofd op zich te nemen. Ook het plaatsvervangende blokhoofd van dit blok de heer H. H. Visser, heeft zijn functie neer moeten in verband met het feit dat hij buitengewoon dienstplichtig is. Zijn taak is nu in handen gelegd van de heer P. Claassen. Hengelo mag dankbaar zijn dat 45 mannen en vrouwen zich willen bekwamen hun medemens in tijd van nood bij te staan. Alleen de geoefende man (vrouw) heeft waarde. Moge zij nimmer geroepen worden hun kennis in de praktijk uit te oefenen.

Men zij gewaarschuwd!
Door de politie wordt de aandacht gevestigd op een Verordening dezer gemeente waarin wordt bepaald dat de geledigde vuilnisvaten, uiterlijk binnen een half uur nadat zij zijn geledigd, door belanghebbenden moeten worden verwijderd. Sommige ingezetenen hebben de gewoonte deze voorwerpen de gehele avond en nacht op het trottoir of de weg te laten staan. Hierover zijn klachten ingekomen van weggebruikers. In de toekomst zal aan deze bepaling de hand worden gehouden en tegen nalatigen procesverbaal opgemaakt.

21 maart 1953
De Late Lente door H. ZEEBERG (20)
„Deze wel”, antwoordt een ander. „In Limburg zijn de scholen al gesloten, ‘k Heb het vanmorgen in de courant gelezen. En concerten en uitvoeringen zijn afgelast. door H. ZEEBERG. „Deze wel”, antwoordt een ander. „In Limburg zijn de scholen al gesloten, ‘k Heb het  vanmorgen in de courant gelezen. En concerten en uitvoeringen zijn afgelast. JNiet te veel mensen bij elkaar”. „Dan maggen ze de trein ook wel stopzetten, vindt een juffrouw met een ontevreden gezicht. „Je zit hier opgepropt. En dan praten ze nog over die ziekte. Je zou er  ziek van worden!’,’ „Als je de ziekte krijgen moet, krijg je ze, juffrouw”, filosofeert de man, die de courant die morgen gelezen heeft. „Als God het niet wel, krijg je de ziekte niet, mijnheer”, zegt het oude moedertje. „Daarom moet er veel gebeden worden om bewaring.” Plotseling valt er een stilte. De trein, die in Deventer gestopt heeft, davert door. Jan is beschaamd. Er wordt maar los of ontevreden gepraat. Het oude moedertje slaat de spijker op de kop. „Je hebt het goed gezegd, Opoe”, zegt hij warm. Hij heef het gevoel, dat hii kleurt. Niet te veel mensen bij elkaar”. „Dan maggen ze de trein ook wel stopzetten, vindt een juffrouw met een ontevreden gezicht. „Je zit hier opgepropt. En dan praten ze nog over die ziekte. Je zou er ziek van worden!’,’ „Als je de ziekte krijgen moet, krijg je ze, juffrouw”, filosofeert de man, die de courant die morgen gelezen heeft. „Als God het niet wel, krijg je de ziekte niet, mijnheer”, zegt het oude moedertje. „Daarom moet er veel gebeden worden om bewaring.” Plotseling valt er een stilte. De trein, die in Deventer gestopt heeft, davert door. Jan is beschaamd. Er wordt maar los of ontevreden gepraat. Het oude moedertje slaat de spijker op de kop. „Je hebt het goed gezegd, Opoe”, zegt hij warm. Hij heeft het gevoel, dat hij kleurt. „Heb je er ook kennis aan, m’n jongen? Dan ben je gelukkig hoor. Ook al is de ziekte er. We vonden het wel erg van Aaltje, mijn zuster. Maar zij ging naar de hemel en dat is verreweg het beste.” De richting die het gesprek aanneemt, bevalt velen niet. Ze schuiven wat onrustig heen en weer voorzover er geschoven kan worden in de volte. Het gesprek is niet algemeen meer. En de Spaanse griep is opeens verdwenen . . . Zie verder in de Reclame.
 

28 maart 1953
Baldadigheid
De burgemeester heeft ons plaatsing gevraagd van het volgende: Het is gebleken, dat de dezer dagen op verschillende plaatsen van gemeentewege aangebrachte jonge beplanting reeds nu op ergerlijke wijze is beschadigd of vernield. In verband hiermede ziet het gemeentebestuur zich genoodzaakt de beplanting in de zorg van de ingezetenen aan te bevelen en een beroep te doen, in het bijzonder op de ouders, om de kinderen op het verkeerde van deze baldadigheid te wijzen en ertoe mee te werken, dat daaraan onverwijld een einde komt. Mochten opnieuw gevallen van baldadigheid worden geconstateerd dan zal een ernstig onderzoek worden ingesteld en tegen de bedrijvers worden opgetreden, terwijl de schade op de aansprakelijke personen zal worden verhaald.

4 april 1953
De late Lente door H. ZEEBERG (21)
Hij spoedt zich door de oude, vertrouwde straten, kiest met opzet de Diezerstraat, waar veel beweeg is met de Zaterdag, om dan thuis te komen, waar vader in de winkel enkele klanten helpt. Hij geeft een knipoogje en loopt door : als er klanten zijn, is er geen familierelatie, de klant is koning. Binnen wordt hij opgewekt verwelkomt, — Alleen is er teleurstelling, als vernomen wordt, dat hij alleen is. Marie ziek ? Toch niet de Spaanse griep ? Die gaat lelijk rond. Lien is gister ook ziek thuis gekomen (zij is onderwijzeres in de buurt en is elk weekend thuis), Zij heeft behoorlijk koorts. In bed uitvieren, zegt de dokter; broeien, broeien. „Marie schreef, dat zij influenza heeft, maar niet erg.” „Dat is de griep”, zegt zijn moeder. „Ik vraag het aan dokter. Wat is Spaanse griep? Een moderne naam voor een kwaadaardige influenza, zegt die. We zijn er nog niet. Die ziekte zweeft, als het ware, in de lucht.
 

11 april 1954
At Paosen is!…
At Paosen is doew eier etten.
Van kindsaf buw dat zo gewend.
Hoevölle, mot een ieder zelf moor wetten :
Een reedlijk mense, die zien eigen maote kent.
Zien eigen moaote .’… Moor dan moj niet doen
As Jan van Hend een Zondag dee.
Een löge mage hatte wel, moor gien fesoen,
Onwies, zovöll’ as hee der toen de kop afsnee!
Zien moeder von et wel een betjen gries,
lej et ouw, zeg ze, nog ongans !
Al bunk van eieretten ok niet vies,
Oew doen is mien een betjen al te mans.
Jan zei niks, nee schaof ze moor
Nao binnen met een volle mond.
Zon kans kriej ene keer in ’t joor.
Hee at zien buuksken lekker rond,
’s Nachs mos zien moeder op de bene,
Ze kwam toen met een emmer en een dweil.
Jan, zeg ze, lus iej der nog ene ? !
Moor ’t jungsken was op eier niks meer veil !
MAX HOLT

Late Lente door H. ZEEBERG (22)
„Dat is het zeker niet, jongen. Je moet wel goed bedenken, wat je doet. Mét oom geloof ik, dat de boer een goede raad geeft. Met het oog op Marie.,..” „Maar daar weet Konijnenbelt niet van. En de boerin ook niet. ‘k Heb het niet verteld.” „Waarom geeft Konijnenbelt dan die raad?” „Hij vindt het beter, dat ik eerst alleen ga, om eens polshoogte te nemen. Als ik er dan wat gewend ben en wat kopen kan, zou ik Marie kunnen halen of laten komen.” „O, is dat de bedoeling ? Dan komt het met dat andere goed uit”, meent tante. „Je moet er alleen heengaan, Jan. Tenminste, zo denk ik er over. Stel je voor, je gaat naar een onbekend land met een vrouw, die, nu ja,  meegegaan is, maar met tegenzin. Ik moet er niet aan denken, wat een ellende dat worden kan. Gezamenlijk moet je iets gaan opbouwen, maar je staat dan alleen, want je vrouw hangt met al de vezelen van haar ziel nog aan thuis in Holland. Daar komt immers niets van terecht? Het spijt me voor je, want we vinden Marie ’n aardig meisje. Dit is evenwel niet goed van haar. Ga alleen, Jan. Schrijf haar geregeld en uitvoerig, hoe het leven daar is. Dan wordt zij voorbereid en verandert misschien van gedachten.” „U zegt: misschien. Maar als zij niet van gedachten verandert, tante?”

18 april 1953
Kookdemonstratie met weinig elektriciteit
N.V.E.V. Woensdagavond werd door de P.G.E.M. op uitnodiging van de N.V.E.V. afd. Hengelo, een kookdemonstratie gegeven in de grote zaal van Concordia. 70 a 80 dames konden genieten van het klaar maken van een uitgebreid menu, dat op en in een Inventus fornuis werd gekookt en gebakken. Het menu bestond uit: een slaatje, tomatensoep, gevulde ragout-broodjes, kalfsoesters met worteltjes, doperwten, bloemkool en aardappelen en tot slot citroenvla en een harde wener, die verloot werd en mevr. E. Harmsen de gelukkige werd. Dit hele menu kostte aan stroom slechts f 0.20 en kan men zien, indien men met overleg kookt en bakt, het electr. koken niet zo schrikbarend duur behoeft te zijn. De leraressen mej. van der Ward en mej. van Eerden bespraken nogmaals uitvoerig het onderhoud van het fornuis en het verschil tussen gietijzeren-, metalen- en aluminiumpannen.

E.H.B.O. opgericht
Dezer dagen is door een aantal ingezetenen der gemeente opgericht een afd. Hengelo Gld, van de Ned. Ver. E.H.B.O. Deze vereniging stelt zich ten doel het geven van E.H.B.O. cursussen en het opleiden tot het E.H.B.O. eenheidsdiploma. Dit jaar zal reeds een cursus worden gegeven, die ook zal worden gevolgd door een aantal leden van de dienst Bescherming Bevolking. Bij voldoende belangstelling bestaat het plan het volgend jaar weer een cursus te organiseren. Belangstellenden kunnen inlichtingen inwinnen bij de heer Chr. v. Petersen, Ruurloseweg 10, of bij de heer R. K. Beems, Arts alhier.

De Late Lente door H. ZEEBERG (23)
Opeens denkt hij: ik zou er eens over kunnen praten met dominee Zelleven. Maandag- of Dinsdagavond eens kijken. De ouwe weet misschien wel raad. Des Zondags tweemaal naar de kerk. En dan kennissen en vrienden ontmoeten en spreken. Veel gepraat over de Spaanse griep. Er blijken in Zwolle al heel veel mensen ziek te zijn. Thuis niet ongezellig. Hij vergeet voor een dag Canada en zijn moeilijkheid met Marie. Hij schrijft haar zelfs een opgewekte brief, waarin hij alleen zegt, antwoord van Freek Meppelink te hebben ontvangen. Hij zal de brief volgende week meebrengen. Te hopen, dat zij dan beter is. Zij moet zich goed in acht nemen. Niet te spoedig uit bed gaan. Dat is heel gevaarlijk. Hier in Zwolle is de ziekte ook. Men noemt ze Spaanse griep, maar het is hetzelfde als influenza. Thuis ligt Lien ziek. Zij heeft stevig koorts. 

25 april 1953
Notaris benoemd
Naar wij vernemen is de heer H. van Hengel, candidaatnotaris te Arnhem, benoemd als zodanig te H engelo Gld. De heer van Hengel is in Hengelo geen onbekende, daar hij ook in 1943-’46 als candidaat-notaris werkzaam was op het kantoor van Notaris van Ballegoijen de Jong. Een televisie-apparaat in Keyenburg. Naar wij vernemen heeft de Fa. Winters aan de heer Booltink. café te Keyenburg een  televisieapparaat geleverd. Het is één van de allernieuwste toestellen, en zoals de heer Booltink ons vertelde: hij doet het schitterend. Dat dit een goede trekpleister is voor de zaak, blijkt wel dat het iedere avond vol is en iedereen wil genieten van de uitzendingen.

De late Lente door H. ZEEBERG (24)
„Vertel het maar niet verder, Klaas”, meent Sanne. „Ik geloof er niet veel van. Nou ja, Marie zal er wel tegenop zien, maar wie*zou dat niet? Maar daarom ga je wel mee, als het eenmaal zover is.” „Het is best mogelijk, dat mijn neef overdreven heeft”, peinst Ter Avest hard op. „Maar ik vind het toch vreemd, dat Jan zo vervelend is. Zo is hij nooit. Je moet eens op hem letten.” Sanne schaterlacht. „Ben je mal! ‘k Heb wel wat anders te doen. Hij kan ook wel voor zich zelf zorgen, hoor. Ik ben zijn Moeder niet.” „Allicht niet”, meent de arbeider droogweg. „Maar zijn vrouw kon je wel zijn. Waarom is dat eigenlijk niet zo? Jullie kennen mekaar al zo lang. En dan gaat-ie helemaal naar de Zevenbuurt een meid opzoeken, terwijl hier….” Sanne, die haar blos niet wil tonen, heeft zich bij de eerste woorden omgewend en verdwijnt dan plotseling nog zeggend: „Je hebt zeker niet veel te doen en bent om een praatje verlegen? Atjuus, hoor.”

2 mei 1953
DODENHERDENKING
Wij vernemen dat a.s. Maandagavond 4 Mei, om 7.55 uur, de gevallenen in de oorlog weder herdacht zullen worden door een kranslegging aan de voet van het monument in de tuin van ’t Gemeentehuis. Degenen die de plechtigheid wensen bij te wonen, worden verzocht vóór 7.55 uur, ter plaatse aanwezig te zijn, (nabestaanden worden binnen het hek verzocht). De torenklok zal dan worden geluid van 7.50 tot even vóór 8 uur. Na het slaan van 8 uur brengt de zangvereniging Sancta Caecilia een lied ten gehore, waarna door de burgemeester de krans wordt neergelegd. Hierna wordt een minuut stilte in acht genomen. Daarop volgt nog een slotzang. Nader  vernemen we dat eerst het bekende lied „Ecce quomodo moritur” wordt gezongen, en aan het slot „Beati mortui”.

Estafette-fakkelloop 5 Mei 1953
Op 5 Mei a.s. de nationale bevrijdingsdag zal het fakkelvuur dat ontstoken wordt in Caen (Frankrijk) en vandaar naar Nijmegen door lopers wordt gebracht, door de Achterhoek via Winterswijk, Varsseveld, Zelhem, Hengelo Gld, Vorden, Zutphen naar Enschede worden gebracht. De plaatselijke sportverenigingen Achilles, Dio, Keyenburgse Boys en Pax zullen aan deze fakkel-estafetteloop deelnemen en het vuur door de gemeente dragen. Omstreeks vijf voor zeven ’s avonds zullen de lopers van Dio en Keyenburgse Boys de fakkel nabij café Velswijk overnemen en dit dan via het dorp Keyenburg overbrengen tot maalderij Jansen aan de Hummeloseweg, alwaar de fakkel  vergenomen zal worden door Pax en Achilles, welke deze fakkel dan via het dorp zullen brengen tot de houtzagerij van Groot Roessink aan de weg naar Vorden. Hier staan de lopers van Zutphen klaar om de fakkel over te nemen. Het ligt in de bedoeling dat de fakkel bij elke wissel door de andere vereniging wordt overgenomen, zodat men te Keyenburg om beurten een loper van Dio en Keyenb. Boys en te
Hengelo telkens een loper van Pax en Achilles heeft. Naar wij vernemen zal op de navolgende plaatsen in het dorp de fakkel worden overgenomen: de boterfabriek, hotel Langeler, gemeentehuis, de Spannevogel, Tjoonk, van Neck, de Poeke. Voor het dorp Keyenburg zullen de wisselplaatsen nog nader bekend gemaakt worden. Ongetwijfeld zal deze fakkel-estafetteloop veel belangstelling trekken. Omstreeks kwart over zeven ’s avonds zal de fakkel door het dorp gedragen worden. Volgens het tijdschema zullen de lopers ongeveer per 5 min. één km afleggen.

Late Lente door H. ZEEBERG (25)
Sanne observeert hem de volgende dagen nauwkeurig. Hij wordt wel wat spraakzamer, maar is toch niet de oude. Waarom doe ik dit? Waarom bemoei ik mij er mee? vraagt zij zich af. Wat heb ik er mee te maken? En dan is daar diep in haar hart het antwoord : dat weet je wel, Sanne, je hebt nu eenmaal bijzondere belangstelling voor Jan Stelmaker…. Maar weet wel, meisje, dat een ander de uitverkorene van zijn hart is. Over Canada wordt op de boerderij niet gerept. Maandag heeft Jan even met de boer alleen gepraat en hem de mening van zijn oom vertelt. Hij heeft ook gezegd, dat het voor hem nu wel zowat vaststaat, dat hij ongehuwd vertrekt, om daarna verder te zien. Hij wil er alleen nog met Marie over spreken. Maar alvorens hij daar heengaat vindt hij ’t gewenst, een onderhoud me dominee Zelleven te hebben en diens advies in te winnen. ’s Donderdagsavonds trekt hij de stoute schoenen aan en wordt vriendelijk op de pastorie ontvangen, zoals altijd en zoals ieder er welkom is. Dat is hier geen phrase. „Ik vind het prettig, dat je mij gezelschap komt houden, Stelmaker. Mijn vrouw gaat zo straks naar de Vrouwenvereniging. Dat komt Jan prachtig uit. Anders had hij een apart onderhoud moeten vragen. „Je komt natuurlijk praten over Canada”, zegt dominee Zelleven moet een fijn lachje. „Moet ik nu  uitmaken, of je zult gaan of niet? Dat is een grote verantwoordelijkheid op de schouders van je dominee leggen, jongen.”

9 mei 1953
Late Lente door H. ZEEBERG (26)
Zijn slotwoorden dan waren: „Ik weet het niet, jongen. Ik weet alleen: bidden, bidden.” Later vernam hij, dat die bewuste jongeling tegenover anderen gesmaald had: „Met de dominee kom je ook geen steek verder die zegt alleen maar „bidden”; daar heb je nu een dominee voor.” Ik wil maar zeggen, Stelmaker, dat er vaak veel te hoog tegen ons wordt opgezien. Een dominee zou alles weten, alles kunnen, alles voor elkaar kunnen krijgen. Maar zo is het niet, denk dat alsjeblieft ook niet van mij. Ik zeg ook: bidden, in jou geval, ook bidden om licht en wijsheid. Is dat niet de beste raad, die gegeven kan worden. Je hebt er niet eens een dominee voor nodig, om zulk een advies te krijgen. Tenslotte weet ieder Christen dat. En ieder gelovig Christen kent ook de kracht van het gebed. Nu wil ik met deze woorden niet zeggen, lacht dominee Zelleven, „dat je nu wel verdwijnen kunt. Neen, neen, we gaan nog eens even praten. Allereerst zou ik van je willen weten, of je in elk geval naar Canada gaat. In elk geval. Let op deze drie woorden.”


16 mei 1953
HENGELO KRIJGT WATERLEIDING
Eerste buis feestelijk gelegd
Maandagmorgen is onder feestelijk ceremonieel, de eerste buis gelegd van de waterleiding hier ter plaatse, voor de woning van de heer Knol, in de Kerkstraat. Dit was tevens een begin van de watervoorziening in de z.g. onrendabele gebieden in de Achterhoek Vanwege deze belangrijke gebeurtenis voor Hengelo en de Achterhoek, werd hieraan een buitengewone aandacht besteed en waren er een groot aantal colleges genodigd, w.o. het lid der Ged. Staten de heer J. J. W. IJsselmuiden, de leden van Provinciale Staten, de heren A. C. Arends en J. R. Verwers, de leden van de provinciale commissie inzake de drinkwatervoorziening, de heer A. F. van Goelst Meijer, vertegenwoordiger van de raad van commissarissen der Waterleidingmaatschappij Midden Gelderland, B. en W. van Hengelo Gld en bijna alle raadsleden, drs H. F. Rouwe Kooymans, pharm. Inspeel, volksgezondheid, dr W. P. J. H. Weebers. med. Inspect. volksgezondheid, de heer W. J. F. van Weezel Errens, Ir C. van Rooyen, adj. dir. van ’t Rijks-instituut Drinkwatervoorziening, Jhr M. J. I. de Jonge van Ellemeet en mej. ir C. Strumphler van het planbureau in Gelderland en vele anderen, o.a. voor de Hengelose Marktvereniging de 39jarige dr A. Meinders. Alvorens ir van Rooyen de buis in Kerkstraat in de sleuf liet dalen, werden de genodigden in hotel Langeler verwelkomt door mr H. J. Schoemaker, burgem. van Groenlo, namens de raad van commissarissen van de W.O.G. De muziekver. „Concordia” verleende haar medewerking, terwijl van tal van woningen de vaderlandse driekleur wapperde. Terwijl de muziek speelde daalde de buis in de sleuf. De genodigden begaven
zich daarna naar hotel Langeler waar de commissarissen van de W.O.G. hun een koffietafel aanboden. Burgemeester van Hoogstraten gewaagde van grote vreugde en dankbaarheid, nu het einde in zicht is van een jarenlang gesukkel met water. Het is een goede stap in de richting van de volksgezondheid. Spr. dankte Concordia, dat bij feestelijkheden steeds tot medewerking bereid is. Verder namens het gemeentebestuur en alle genodigden de directie van de W.O.G. Wethouder Tijdink deed een beroep op de middenstanders van Hengelo zich voor aansluiting op te geven. De particulieren volgen dan wel. Het slotwoord aan deze koffietafel was aan Ir Meulenhoff, die mr Schoemaker als aandenken aan deze dag een klein geschenk aanbood.

Late Lente door H. ZEEBERG (27)
„En ze wonen in de „Zevenbuurt”, niet? Dus is mijn zoon hun predikant. Je kent mijn zoon niet?” „Neen, dominee. Alleen van de kerk natuurlijk, als ik er eens een weekend ben. Maar ik heb hem nog nooit ontmoet.” „Hm. Je begrijpt natuurlijk wel, dat het niet verstandig, niet tactisch zou zijn, als ik er heenging en met die mensen ging praten. Dat moet Zelleven, de jongere, nu eens doen. Die dient ook allerlei ervaring op te doen. Hij komt toevallig morgen hier. Ik zal met hem de zaak bespreken en dan zullen we eens overleggen, wat we doen kunnen, en óf we iets kunnen doen. Maar je moet er geen hoge verwachtingen van hebben, Stelmaker! Jou geval is een heel, heel moeilijk.’k Heb nog eens zoiets, aan de hand gehad. Maar al mijn praten was te vergeefs. Het stuitte af op onwil, zelfzucht. Ja, later, toen gaven zij gelijk, maar toen was het te laat. Toen waren de gevolgen er, die ik voorzien had en die ik niet had verzwegen. Hoe het nu gaan moet, weet ik op dit moment niet. Moet ik eerst met mijn zoon over praten. Maar als jij je meisje spreekt vóór mijn zoon er komt, en dat zal wel, denk dan vooral aan het tweede punt van mijn preek: je meisje voor haar verantwoordelijkheid stellen. Met haar „ja-woord” te geven heeft zij verantwoordelijkheid op zich genomen. Dat wordt door heel velen eenvoudig vergeten of niet onder het oog gezien. Juist tengevolge daarvan zijn er zoveel verbroken verlovingen en komen er steeds meer ongelukkige huwelijken. Je verloofde heeft met haar „Ja-woord” gezegd, dat zij aan jouw zijde het leven wil doorgaan. En dat betekent in het geval, dat ons bezighoudt, dat zij met jou mo?t meroaan of jou later vo’oen moet. Met verlating van vader en moeder en ook vaderland.”

30 mei 1953
Verlenging Meidoornstraat
B. en W. delen in een memorie van toelichting tot wijziging van de begroting 1953 mede, dat nu spoedig in het verlengde van de Meidoornstraat 12 nieuwe woningwetwoningen zullen worden gebouwd, dat verlenging van de verharding van deze straat zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. Dit stuk ter lengte van 70 m. zal ter breedte van 4.5 m. moeten worden voorzien van een klinkerverharding, met aan weerszijden een trottoir. De totale kosten worden geraamd op f 6350.— en zullen uit de gewone middelen worden gefinancierd.

Verbetering Spalstraat
In de memorie van toelichting op een wijziging van de begroting 1953 delen B. en W. de raad mede, dat het naar hun mening geen betoog meer behoeft, dat het dringend nodig is, dat het wegdek van de Spalstraat vanaf de Ruurloseweg tot de R.K. Kerk wordt verbeterd. Hiervoor waren reeds de plannen voor 1940 in voorbereiding doch oorlogsomstandigheden hebben de uitvoering belemmerd, terwijl later de financiële toestand van de gemeente uitvoering hebben tegen gehouden. Alhoewel deze straat een verbinding vormt tussen Zutphen en Doetinchem is ons gebleken zeggen B. en W., dat op een bijdrage uit het provinciale wegenfonds niet mag worden gerekend. De uitvoering van deze verbetering wordt zich als volgt voorgesteld: de oude keibestrating, alsmede de aanwezige trottoirs, stoepen, enz. zullen worden uitgebroken en afgevoerd. Wanneer het de financiën verder toelaten en daartoe medewerking van de betrokken eigenaren kan worden verkregen, het trottoir aan beide zijden van de Ruurloseweg door te trekken ongeveer tot de hoek voorbij de openbare lagere school, tegen welke doortrekking bij de directie van de Humm.-Enschedese Kunstweg geen bezwaar bestaat. De rijweg zal over een lengte van 335 m. worden voorzien van dik formaat klinkers over een breedte van 6.20 m. voor het gedeelte van de Ruurloseweg tot het kruispunt Spalstr.— Raadhuisstr. en het overblijvende gedeelte tot de R.K. kerk over een breedte van 8 m. De riolering en afwatering moeten worden verbeterd door het aanbrengen van nieuwe kolken. Door het grootste gedeelte van de eigenaren is reeds toegezegd daarvoor hun stoepen, trottoirs tuinen, enz. aan de gemeente daarvoor te zullen afstaan, terwijl wordt verwacht, dat ook de overige .eigenaren tegen deze afstand geen bezwaren zullen maken. De totale kosten worden geraamd op f 50.000.— welke uitgaven uit de gewone middelen kunnen worden gefinancierd, aangezien door het reeds eerder sluiten van geldleningen over voldoende  financieringsmiddelen wordt beschikt.

Late Lente door H. ZEEBERG (28)
HOOFDSTUK VII. ’t Is een heel korte winter. De vorst heeft plaats gemaakt voor regen en wind. Het weer is niet bevorderlijk, om de Spaanse griep te verdrijven, integendeel, het ontwikkelt gunstige factoren, om die uit te breiden. Aanvankelijk is er een lichte verbetering ingetreden, maar nu gaat het weer snel bergafwaarts. In het gehele land neemt het aantal patiënten hand over hand toe. Tal van scholen zijn radicaal gesloten. In heel wat bedrijven wordt op halve kracht gewerkt, omdat tal van arbeiders ziek liggen. Op kantoren is het navenant. Maar het ergste is, dat de couranten kolommen rouwadvertenties hebben. De engel des doods gaat rond met de zeis en hij spaart oud nog jong. Lees de annonces: alle leeftijden worden vermeld. En de slachtoffers zijn zowel in de steden als op het platteland. Op de boerderij van Konijnenbelt is de ziekte ook gearriveerd: Sanne heeft niet veel praatjes, ze ligt in bed. En de boerin heeft de handen vol. De boer zelf voelt zich ook niet lekker. Jan Stelmaker denkt er niet aan, om Zaterdagavond naar de Zevenbuurt te trekken ; hij kan niet gemist worden. Het is alleen op aanraden van de boerin, dat hij ’s Zondags in de late namiddag op fiets stapt, om naar Marie te gaan. „Ik red me nu wel, Jan, en ze rekent er op, dat je komt.”

6 juni 1953
PAX jubileert
Als wij nu de blikken vooruit slaan dan staat er wat voetballen betreft een mooi programma te wachten in Hengelo Gld., n.l. het Jubileumtournooi van Pax. Pax bestaat 29 Juni a.s. 25 jaar, want op 9 Juni 1929 werd de grondslag van de thans bloeiende vereniging gelegd door de heren H.Wesselink, H.C. Jansen en L. Meijers. Bij de eerste vergadering werd besloten uit te komen met de naam D.O.S. en de jonggeborene onder de voetbalclubs startte met 48 leden. Van de toenmalige bestuursleden is helaas weinig bekend, omdat bij een brand in 1932 de notulen mede verbrand zijn, maar wel is bekend, dat in de eerste periode de heer H. Wesselink de voorzittershamer  waaide. D.O.S. kwam voor het eerst uit in de competitie in het seizoen 1929/30 en wel in de derde afdeling van de Gelderse Voetbal Bond, de toenmalige Bond had echter bezwaar tegen de naam waaronder de Hengeloërs uitkwamen en algemeen werd besloten om deze dan om te dopen in „Pax” (vrede).

13 juni 1953
Eerste eenden in de Bleijke
Ter navolging. Aan de gemeente Hengelo Gld werd een 6-tal eenden geschonken door de heer Duyn van het Landgoed „De Boekhorst” te Laren (Gld). De eenden hebben hun domicilie gevonden in „De Bleek”, waar reeds 4 eenden waren uitgezet. Vermoedelijk zullen binnenkort deze eenden nog gezelschap krijgen van enkele zwanen. Voor ouders en opvoeders ligt hier een mooie taak, om de kinderen liefde voor deze dieren bij te brengen, zodat de nieuwe bewoners zich spoedig in de Hengelose bleek zullen thuis voelen. Dat ieder in deze medewerke.

20 juni 1953
Schuttersconcours Keyenburg
Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Schutterij „St Jan” te Keyenburg zal dit feest heden Zaterdag, Zondag en Maandag feestelijk gevierd worden, door een te houden Schuttersconcours waaraan deelnemen 17 Schutterijen uit verschillende delen van het land, waarvan de deelnemers alle in uniformen zijn gestoken, zodat dit een kleurrijk en feestelijk aanzien zal geven. Verder is ter verhoging van de feestvreugde de bekende Keyenburgse Kermis aanwezig, zodat deze dagen een veelbelovend festijn hoopt te worden. Wij feliciteren  bestuur en leden van de Schutterij ,,St Jan.” met dit eeuwfeest en wensen hun een zeer geslaagd concours toe.

Late Lente door H. ZEEBERG (30)
„’t Was een goeie brief van Freek Meppelink”, zegt hij dan opeens. „Zal ik die eens voorlezen ? Ik heb er maar niets over geschreven. Je kunt beter de hele brief lezen.” „Doe het volgende week maar”, zegt zij. „Ik…. ik…. had nog veel liever, dat je het uit je hoofd zette ” „Waarom zal ik dat nu doen ? Je hebt het altijd geweten, dat ik met die plannen rondliep. Het wachten was alleen op het eind van de oorlog”. „Ja, ja, ik wist het wel. Maar ik dacht altijd: ’t zal wel niet zo erg gemeend zijn.” „Natuurlijk was het gemeend. Je kunt toch niet  zeggen dat ik je in het onzekere heb gelaten.” „Neen, neen, dat zeg ik niet. ‘k Verwijt je niets. Maar ik heb er niet zo bij stil gestaan. Nu het menens is…” De waterlanders komen nu wel. „Je moet het niet doen, Jan”, snikt zij. „Ik wil er liever niet heen. Het behoeft ook niet. En moeder wil het niet.” Jan herinnert zich het advies van dominee Zelleven. Ietwat heftig — in elk geval heftiger dan hij bedoelt — antwoord hij: „In dit geval heeft je moeder niet te beslissen. Het is zelfzuchtig van haar, om zó te spreken. Je behoort aan mij En wij tweetjes vinden het daarginds wel met elkaar, kind. Daar ben ik helemaal niet ongerust in.” „Het is moeder niet alleen. Ik., ik., wil ook niet weg.. Ja, nou ja., met jou wel.., maar moeder…”

27 juni 1953
Beheer gemeentelijk woningbedrijf
B. en W. delen de raad mede, dat de bemoeiingen ten aanzien van de volkshuisvesting de laatste jaren aanmerkelijk is toegenomen, waardoor het nodig was maatregelen te treffen om zo spoedig mogelijk in het woningtekort te voorzien. Tengevolge daarvan zijn reeds 40 woningwetwoningen gebouwd, welk aantal dit jaar nog met 16 zal worden uitgebreid. Op het einde van het jaar “zal dan de gemeente met de andere woningen eigenaresse van een 70 tal woningen zijn. Dit alles heeft tot gevolg, dat zij in de toekomst in het bezit komt van eigendommen en schulden heeft aangegaan op lange termijn. De tegenwoordige begrotingsboekhouding is niet in staat om alle  ontvangsten en uitgaven ten dien opzichte op behoorlijke wijze naar voren te brengen. In hun voorstel zeggen B. en. W. is het daarom nodig dat voor de woningen een afzonderlijke tak van dienst wordt ingesteld. In overleg met het Centraal Bur. voor Verificatie en Financiële adviezen van de Ver. van Nederlandse Gemeenten stellen zij daarom thans aan de raad voor tot besluiten van:
1e. de oprichting van een gemeentelijk woningbedrijf en dit bedrijf aan te wijzen als tak van dienst, bedoeld in art. 252 der gemeentewet;
2e. de aanwijzing van bedoelde woningen, welke afzonderlijk in woningbedrijf zullen worden beheerd, met uitzondering van de dubbele woning aan de Raadhuisstraat ;
3e. de vaststelling van de beheersverordening, waarbij de ontvanger voor het kasbeheer en een ambtenaar voor de boekhouding wordt aangewezen.

Verbetering Vuilestraat (later Koningsweg).
Bij besluit van de raad van 21 Juni 1952 werd op de begroting voor het dienstjaar 1952 een bedrag van f 15.000. — voor de verbetering van de Vuilestraat gebracht, waarbij toen tevens werd besloten het resterende gedeelte zo mogelijk in 1953 en 1954 te doen uitvoeren. Van de totale lengte van 5835 M. is nu reeds 2170 M. verbeterd. B. en W. delen in een toelichting op een wijziging van de begroting 1953 mede, dat het in de bedoeling ligt om dit jaar nog 2 km in behandeling te nemen, zodat in 1954 het resterende gedeelte of i 1615 M. kan worden uitgevoerd. De totale kosten worden geraamd op f 17.700.—, welk bedrag in 15 jaar kan worden afgeschreven. Aangezien het mogelijk is dit uit de gewone middelen te financieren is het niet nodig dat een geldlening wordt gesloten.

O, die kindermond (gedicht)
Een ambachtsman, hier onder Hengel,
Mos argens Wézen bi-j een klant,
Die juffrouw door lek wel een engel,
Zó adig was ze en sjarmant !
Ze kwam al heel gauw met koffie en een kuuksken,
En lachen, dat et juf f ie kon !,
Twee kleine wichter met ’n prentenbuuksken,
Waan gauw weer stille, elks met een bonbon,
Et werk ging deur, moor onder die bedrieve
Kwam z’effen later met ’n flesse snaps,
De ambachtsman : Ik gleuve, da’k moorblieve !
De kinder : O, wat fijn ! Alweer ’n ni-je paps !
MAX HOLT

Engelse Invaliden in Hengelo.
Dinsdag kwamen 39 Engelse oorlogsinvalieden en 6 Hollanders in gemotoriseerde wagentjes een bezoek brengen aan Hengelo en werd bij café Michels de koffie gebruikt. Het is reeds de vijfde maal na de oorlog dat Engelse invaliden een bezoek aan Nederland brengen, welke bezoeken worden georganiseerd door het Rally-Comité in Zutphen, vanwaar uit verschillende plaatsen door hen worden bezocht. Door deze bezoeken wil men de officiële instanties doen interesseren om de Nederlandse oorlogsinvaliden ook aan dergelijke vervoersmiddelen te helpen tegen gereduceerde prijs en dan vrij van wegen- en benzinebelasting, zoals dat in Engeland gegeven wordt.

Late Lente door H. ZEEBERG.(31)
Voor de boer? voor Sanne ? Hij is al spoedig op de hoogte: Sanne is zwaar ziek. De boerin durfde niet wachten tot morgen. Ter Avest is naar het dorp geweest, om de dokter te halen. Heel hoge koorts. Zo nu en dan ijlt zij. Hoor, daar is het weer! Vrouw Konijnenbelt spoedt zich naar het meidenkamertje, om even later te roepen: „Jan! Jan!” Met enkele sprongen is Jan er. „Ja. tante?” „Kom binnen. Je moet mij helpen. Ik hou haar niet.” Met één blik overziet Jan het toneel: Sanne wil uit bed, terwijl de boerin haar terug wil duwen. Het gelukt niet. Hier is in elk geval mannenkracht nodig. „Ze wil niet mee”, roept Sanne. „Ik wil wel. Maar ik ” Haar ogen staan verwilderd. „Stil, Sanne”, zegt vrouw Konijnenbelt dringend. Zij heeft begrepen wat Sanne in haar ijlen bezig houdt. Die doet weer een krampachtige poging, om uit bed te komen. Maar nu is daar een sterke kracht, die haar tegenhoudt. Tegen de kracht van Jan kan zij niet op. „Kom, Sanne, wees nu verstandig, meid, en ga slapen”, sust Jan met zachte stem. Hij is ontdaan van haar woorden, wijl hij begrepen heeft…. „Ben-jij-dat-Jan?” fluistert Sanne. „Ja, ik ben Jan. En nu moet je in bed blijven, hoor.

4 juli 1953
Aanbesteding 16 woningen
Bij de heden gehouden aanbesteding voor het bouwen van 12 woningen aan de Meidoornstraat te Hengelo Gld en 4 woningen aan de Poelsweg te Keyenborg, gemeente Hengelo Gld, werd als volgt ingeschreven:
G. Renskers en Zn, Winterswijk, f 131.700.— ; J. Sijtseman, Enschede, f 131.800.— ; W.
Romp, Enschedé, f 132.460.—; Fa Doppen en Zn Zie went, f 134.900.— ; Gebr. Jansen en W. te
Mebel, Silvolde en Westendorp, f 135.000.— ; H. van Campen, Zelhem, f 133.400.—; Jac. van
Campen, Zelhem, f 133 600.—; J. W. Kastein, Aalten, f 138.800.—; Gebr. Stapelbroek, Keyenborg,
gem. Hengelo Gld, f 136.400.-; W.H. Hendriks en C. J. H. Cuppers, Hengelo Gld, f 131.840.— ; H.
Stevens, Winterswijk, f 136.100.— ; Fa H. J. Klein Haneveld en Zn Vorden, f 140.000; G. J. Jolink,
Hummelo, f 134.680.— ; E. G. Halfman en Zn, Hengelo Gld, f 134.680.-; J. H. Oonk, Winterswijk, f
136.200.-; B.W. Goossens, Steenderen f135.980 W. Heijink en Zn, Hengelo Gld, f 135.918.—.

Late Lente door H. ZEEBERG (31)
„Vast wel. Maar U moet morgen hulp hebben. Zó kan het niet.” „Vrouw Ter Avest komt morgen, heb ik met Klaas afgesproken.” „O, daar wordt het iets beter van. En dan zal ik morgen eens in het dorp horen. Misschien is er wel een meisje. U kunt het niet vol houden. De boer ook ziek. En zij – – hij wijst op Sanne – – is voorlopig niet beter. Die blijft nog lang slap. Met Marie is het ook nog niets.” „Is zij nog niet beter?” „Och beter wel, Maar zo slap als een vaatdoek. De koorts neemt geducht af. Welterusten, tante.” „Slaap wel, jongen.” Vrouw Konijnenbelt slaat nog een blik op Sanne. Zij weifelt: kan zij dat meisje nu alleen laten? Ze zal er nog eens met de baas over praten. Maar ja, de dokter zegt toch, dat het vannacht wel zal gaan.

9 juli 1953
Het gebeurde deze week:
Een rondreizend Emaille-koopman keek voor de opruimings-etalage bij Stevord. Zijn blik viel op de speciale aanbiedingen in pannen, emmers, enz, Even stond de man verslagen; toen stak hij haastig de weg over naar het witte huis aan de overkant. Zo’n kiespijn kreeg hij toen hij die prijzen zag. (advertentie)

18 juli 1953
Buitengewone Ouderavond te Varssel
Er was Dinsdag j.l. veel belangstelling voor de ouderavond van de Chr. School te Varssel. Dit had ook wel als oorzaak, dat de verbouwing van deze school nu geheel voltooid is en men zich kon overtuigen hoe goed deze verbouwing geslaagd is en men in Varssel nu over een moderne school beschikt. Omstreeks 8 uur opende Ds Kwint als voorzitter van de schoolvereniging, deze avond en sprak een kort welkomstwoord. Hierna voerde de heer Rietveld het woord, welke sprak namens ouders en personeel, waarbij hij het genoegen had het schoolbestuur een electr, klok aan te bieden.

Late Lente door H. ZEEBERG (32)
De domineese zou gaarne haar dagmeisje een paar uren afstaan, maar het meisje heeft de griep. Het is allemaal: de griep, de griep. Als Jan des Dinsdags de situatie bekijkt, schrijft hij een briefje aan Marie, meedelend, hoe de toestand op de boerderij is. Onder die omstandigheden zal hij Zondag moeilijk kunnen komen. Mocht het kunnen dan gebeurt het natuurlijk. Maar zij moet er niet op rekenen.
HOOFDSTUK VIII.
Aan de pastorie van Twellink, waar de jonge Zelleven staat, wordt de boodschap gebracht: „Of dominee eens komen wil bij vrouw Keilman in de Zevenbuurt, die is zwaar ziek.” Om half een komt de dominee thuis. De ganse morgen heeft hij zieke gemeenteleden bezocht. Van studeren komt tegenwoordig niets, zelfs van het preken maken komt weinig terecht. Er zijn tientallen zieken waaronder zeer ernstige gevallen. Vier malen heeft hij de laatste twee weken aan de geopende groeve gestaan. Hij is moe. Het is hem aan te zien. „Dan maar gauw eten,” zegt hij, als de boodschap overgebracht is.

25 juli 1953
Vacantie-trip (gedicht)
Wie zomer zegt, zegt ook vacantie,
Eenieder trekt er dan op uit.
’t Zij op z’n eentje of in alliantie.
Tenzij ’t op grote moeilijkheden stuit.
Wij hadden ook vacantie-plannen,
Ze waren heus niet voor de poes.
We wilden net als al de grote Jannen,
En aangestoken door een globe-trotters-roes
Wel duizend mijlen weg uit deze streken.
Met zo mooglijk nog een kijkje achter het „Gordijn”.
Maar och, we hadden ’t weer niet goed bekeken :
Een eindje achter Zutphen stokte al de trein.
Van onze stoute, wijdse fantasieën:
De man twee ijsjes, eentje nog een bandenpech.
Wij gingen financieel al door de knieën :
Utopia ligt verder nog dan duizend mijlen weg .’
MAX HOLT

Oriënteringsrit HAMOVE
Hamove organiseert heden Zaterdagavond een nachtelijke oriënteringsrit bij volle maan. Men verwacht weer een grote deelname.

Late Lente door H. ZEEBERG (32)
„Ja dominee, het gaat nu wel weer.” „Maar zij moet erg voorzichtig zijn,” voegt moeder Saalmink er haastig bij. Nog zwak. Het is wel een kruis. Al het werk kwam op mij neer;” „Kooi, kom, dan doe je alleen het noodzakelijke werk. De rest komt later wel terecht. Ik maak het tegenwoordig wel anders mee! Wil je wel geloven, dat ik •vanmorgen ‘in het dorp brood heb gesneden en melk heb gekookt ? Dat hele gezin ligt in bed, man, vrouw en vier kinderen. En niet de minste hulp. Dan is het hier nog een paradijs. Over een week is Marie weer de oude. En kijk dan eens naar onze dokter! Ik snap niet, dat de man er niet bij neer komt te liggen! Die ploetert dag en nacht.” Moeder Saalmink geeft er geen antwoord op. „Een echte Sakser,” denkt de predikant. „Ze stemmen met of zonder spreken, toe, maar laten je intussen praten en houden hun eigen mening.” „Is U bij Keilman geweest, dominee?” vraagt Marie, de stilte verbrekend. „Ja, ik kreeg vanmorgen een berichtje. Ze is erg ziek, hoor. ‘k Moet eens met dokter Zijderveld praten, wat die er van denkt Het lijkt me niet erg goed toe. Maar zij is volkomen bereid, ’t Is vreemd: je gaat er, als dominee, heen, om te troosten en je ontvangt zelf troost, ’t is voor de natuurlijke mens hard en onbegrijpelijk, vrouw Saalmink: eergisteren stonden we bij het graf van Willem Dellink, negentien jaar ; verleden week bakker Weideman, die vrouw en zeven kinderen moest achterlaten; en als nu vrouw Keilman vier bloeien van kinderen— om dan Gods leiding te zien, de hand op de mond te leggen en gelovig te berusten, dat is genade, mensen.” Vrouw Saalmink wrijft met haar schort in het rechteroog.

1 augustus 1953
Late Lente door H. ZEEBERG (33)
„O, ja, nu herinner ik mij. ‘k Heb Arend Konijnenbelt wel eens over hem gehoord. Die pochte nogal op hem. Een flinke boer moet hij zijn, al komt hij uit een stad. Gefeliciteerd met zó een.” Marie kleurt heftig. Het getuigenis over Jan doet haar deugd. „Heb ik niet eens vernomen, dat hij naar Afrika wilde? Of was het Amerika ?” De appel valt niet ver van de stam; de jonge Zelleven is al net zo’n tacticus en politicus als zijn vader. „Neen, naar Canada, dominee,” antwoordt Marie zacht. En denkt: praat er maar niet verder over door. Op het gelaat van haar moeder ziet zij een dreigende rimpel verschijnen. . . . „O, is dat zijn plan ? Of gaat het niet door ?” „Hij bazelt er nog wel eens over” – de klagelijke stem van moeder Saalmink antwoordt nu in plaats van Marie, en dominee Zelleven weet al genoeg — „maar er komt niets van.” „Zo, juist. Och ja, bij sommige mensen is zoiets wel eens een bevlieging. Alleen standvastige karakters houden vol.”

8 augustus 1953
Grondonderzoek
Daar de meeste granen nu zijn geoogst, is thans wel de allerbeste tijd om grondmonsters te laten nemen van het bouwland. Iedere keer weer blijkt het, hoe noodzakelijk het is de grond te laten onderzoeken. Veel ziektegevallen in de verschillende gewassen hadden kunnen voorkomen, wanneer men tijdig z’n grond had laten onderzoeken. Tevens hadden veel boeren met een minder zware bemesting hetzelfde rendement kunnen ontvangen. Iedere boer moet toch feitelijk zijn eigen grond kennen, en weten hoe de bemestingstoestand is, pas dan kan hij die bemesting geven waaraan zijn grond behoefte heeft. Wanneer er boeren zijn die monsters denken te laten nemen geven wij in
overweging dit zo spoedig mogelijk op te geven bij onze monsternemer A. van de Berg of bij ondergetekende J. W. Luiten.

Late Lente door H. ZEEBERG (33)
„Nou, kijk eens, dominee, Jan wil er beslist heen, maar Marie voelt er niets voor. Die wil niet naar dat vreemde land. Het is niks waard. Je kent de taal niet. Je woont er uren van je naaste buur af. En zo veel meer. Marie wil In deze streek blijven. En dat kan ook best. Hij is een flinke vent; kan zijn broodje hier best verdienen. …” „Als boerenknecht, bedoelt U?” valt Zelleven haar in de rede. De klaagstem irriteert hem. Bovendien is de moeder niet eerlijk: de zogenaamde argumenten, die zij bezigt, schrijft zij haar dochter toe, maar het zijn haar eigen argumenten. „Is dat soms een schande?” bits vrouw Saalmink. „Natuurlijk niet. Dat beweer ik volstrekt niet. Maar ik prijs het in een jonge kerel, als die vooruit wil in de wereld en boer worden wil inplaats van zijn hele leven boerenarbeider te blijven. Als die dat elders kan, waarom zou hij dat dan, op God vertrouwend, niet doen? Maar gaat U nu verder. Eigenlijk ben ik U in de rede gevallen. Dus het komt hierop neer, dat Marie niet wil?” Hij kijkt Marie aan, maar deze wendt de ogen af en zwijgt.

15 augustus 1953
Bouwvakpatroons op reis
Zaterdag maakten de Bouwvakpatroons hun jaarlijkse uitstapje. Ditmaal ging de tocht door Twente, waar via de Holterberg naar Nijverdal werd gereden. Vandaar ging de tocht naar Kampen, Elburg en Harderwijk, voor het bezichtigen van de Zuiderzeewerken. Na dit enorme werk te hebben bezichtigd ging de tocht over de Veluwe naar Arnhem, waar men enige tijd verbleef om daarna het Middachtenlichtfestijn te bezichtigen en tevens te genieten van het optreden van het Radio-ensemble „Vrij en Blij”. Zeer voldaan keerde men ’s avonds weer in Hengelo terug.

Zó sprak eens een verliefd jongeling (gedicht)
Ik wilde wel, ik wilde gaarne
In tere zacht fluwelen woordenrij,
U stil mijn hartsgeheim verfluistren :
Een schuw ontloken bloem in groene hopewei.
Ik wilde wel, doch vond geen beelden,
Hoe ik ook allerwegen naarstig zocht,
Gedachten vloeiden dan maar gene,
Die ’t innigst lied verwoorden mocht.
En steeds als ik uw tenger wezen
— Mijn klare zon aan ’t diepe hemelblauw
Van zoetgedroomde toekomstdagen —
Met bonzend harte nadertreden wou,
Verdwaalde ik in ’t dichte weifelwoud,
Zoekende ’t doelnaderende pad,
Plots tuimelend in diepe vore,
Die bloóheid mij gegreppeld had.
Ik wilde wel, doch in een schaars ontmoeten
Zo vaak en toch zo stil verhoopt,
Sleet ik wat alledaagse woorden,
Verlegen schier en in nietszeggendheid gedoopt.
MAX HOLT

Late Lente door H. ZEEBERG (34)
„Dominee kan gemakkelijk praten”, zegt de klagelijke stem, „maar U moest eens moeder zijn. Mannen denken daar veel gemakkeler over. Zij gaat weg en je ziet haar niet weer, kun je wel zeggen. Alsof dat zo gemakkelijk is!” Het pad is nu volkomen geëffend voor dominee Zelleven: zij voert Marie niet meer sprekend op, maar toont duidelijk, dat zij haar dochter niet wil laten gaan, precies zoals hij van meetaf heeft gedacht. „Maar, vrouw Saalmink, U hebt mij toch niet horen zeggen, dat het voor een moeder gemakkelijk en eenvoudig is, een kind naar de vreemde te laten gaan? Noch voor een moeder, noch voor een vader.” „O, dat wou ik maar even zeggen!” triumfeert zij. „Maar U weet toch wel, dat wij ons in heel veel dagelijks moeten verloochenen ? Er moeten offers gebracht worden. Ons vlees hebben wij altijd te kruisige . In ’t geval, dat ons thans bezig houdt, moet dat ook. Een moeder mag het geluk van haar kind niet in de weg staan.” „Doe ik dat dan? Marie wordt ongelukkig in Canada en dat wil ik voorkomen.”

22 augustus 1953
Brand in Baak
Donderdagmorgen plm. 7.30 uur werd de brandweer gealarmeerd voor assistentie bij een brand in Baak, van de boerderij van de heer Giesen aan de Baaksedijk. De brandweer rukte uit met twee tankwagens de motorspuit en een manschappenwagen. Verder was ook assistentie ingeroepen van de brandweer in Doetinchem, welke eveneens met een tankwagen en spuit te hulp kwam. Met vereende krachten heeft men de brand bestreden en had men de voldoening het voorhuis te behouden, hoewel het achterhuis geheel door de brand werd vernield. De oogst welke hierin was opgeslagen is vrijwel geheel verbrand. Door de prachtige burenhulp is het meubilair gered kunnen worden. Als oorzaak vermoedt men dat een benzinemotor in brand gevlogen is, alhoewel men dit niet zeker weet. Het nut van de tankwagen kwam hierbij weer prachtig uit, daar de brandveer van Steenderen deze wagens niet bezit, en het water ruim een kilometer verder uit een put moest worden gehaald, waardoor er veel tijd verloren is gegaan. De schade wordt gedeeltelijk door de
verzekering gedekt.

„NEDERLAND EN DE WERELD”. „Het probleem der miljoenen.”
Niet alleen wij hier in de Nederland kennen het probleem van de overbevolking. Men kan gerust zeggen, dat het een algemeen Europees probleem is. Sinds de dertiger jaren van onze eeuw heeft dit probleem een belangrijke rol gespeeld in de internationale betrekkingen. In toenemende mate heeft het een verontrustend karakter gekregen. Ik hoef U maar een paar factoren te noemen : de overzeese emigratie vanuit Europa, in hoofdzaak naar Noord-Amerika, was sinds de eerste wereldoorlog bijna tot stilstand gekomen en daarmee was de traditionele uitlaat voor Europa’s bevolkingsdruk practisch afgesloten geraakt. In de tweede plaats is daar het verlies van koloniën in verschillende delen van de wereld met als resultaat de terugkeer van vele duizenden Europeanen naar hun vaderland en het verlies van natuurlijke hulpbronnen, die in de stijgende bevolkingsdruk in het eigen land hadden helpen verlichten. Dan: het reusachtige probleem van de „displaced persons”, die de verschrikkelijkste aller oorlogen van huis en hof zijn verjaagd en nu bij miljóenen wachten op een oplossing. En dit laatste probleem wordt nog dagelijks groter door de massale uittocht van vluchtelingen uit de Sovjet-Zöne. In aantal is het bevolkingsprobleem in Italië het meest omvattend. Italië heeft een bevolking van meer dan 47 miljoen op een gebied van 311.000 vierkante kilometer. Volgens een kort geleden gepubliceerde officiële Italiaanse schatting waren er niet minder dan 4 miljoen Italianen te veel in verhouding tot de economische mogelijkheden, die het land bezit. Daarbij moet men nog rekening houden met een jaarlijkse toeneming van 400.000 zielen. Een ander Europees land met ernstige moeilijkheden is Griekenland, dat een schrijnend te kort aan werkgelegenheid heeft. De Grieken kampen met een teveel van bijna een miljoen mensen in de productieve arbeidsgroepen. De normale bevolking van WestDuitsland is ongeveer 38 miljoen. Daarbij is nu gekomen een groep van meer dan 10 miljoen vluchtelingen, een aantal groter dan de hele bevolking van Oostenrijk. Ook Oostenrijk zelf staat voor een probleem van de aanwezigheid van een kwart miljoen Volksduitse vluchtelingen en Nederland tenslotte om na deze trieste reis weer in eigen land terug te keren, staat voor de moeilijkheid, dat het geen ruimte heeft voor de helft van de jaarlijkse aanwas van zijn mannelijke beroepsbevolking, dat wil zeggen dat voor ongeveer 50.000 Nederlanders jaarlijks in andere delen van de wereld een emplooi moet worden gevonden. Maar, iedere medaille heeft haar keerzijde. Het zou er voor Europa wel heel somber uitzien, wanneer er niet elders op deze aardbol gebieden bestonden, die te kampen hebben juist met het tegendeel, n.l. met een groot tekort aan arbeidskrachten. Het probleem van de overbevolking is n.l. maar één aspect van het veel gecombliceerde probleem van de onjuiste verdeling der menselijke energie. Tekort aan arbeidskrachten is evenzeer een bron van economische en sociale moeilijkheden. Daar kunnen landen als Australië en Canada en vele staten van Latijns Amerika van  meepraten. Het behoeft geen verwondering te wekken, dat in een wereld, waarin het internationale overleg tussen vrije landen van dag tot dag aan betekenis wint, ook dit buitengewoon vitale probleem van over- en onderbevolking voorwerp is geworden van samenwerking tussen de belanghebbende regeringen.

Late Lente door H. ZEEBERG (35)
„Dat doet hij niet,” verzekert moeder Saalmink. „Hij wil Marie direct meenemen.” Dominee Zelleven begrijpt dit niet. Zijn vader heeft hem toch anders ingelicht. „Is daarover dan ook gesproken? ’t Was zomaar een idee van mij. Het lijkt mij geen gek idee.” „Neen, daarover is niet gesproken. Tenminste, ik heb het niet gedaan. Met jou, Marie?” Marie schudt het hoofd. Zij snakt er naar, dat dit gesprek afgelopen is. Je komt er toch niet verder mee. Moeder zal er tegen blijven, al praat de dominee tot morgenochtend toe. En zelf…., neen, zij voelt er niets voor. Maar — als het niet anders kan, ja, dan gaat zij mee, tenminste de tweestrijd woedt in haar binnenste. „O, dus daarover is niet gepraat ? Dan weet U ook niet, hoe hij daarover denkt.” „We moeten het eens aan Jan vragen, Marie. Misschien is dat een oplossing. Alleen gaan. Dan is hij binnen het jaar weer terug en hij heeft er al lang genoeg van. Let maar eens op.” Zij verzweeg een andere gedachte, die door haar heen flitst, maar die Zelleven in haar ogen leest: als hij eenmaal weg is, is Marie wel over te halen, om hem niet te volgen…. Zie verder in de reclame

29 augustus 1953
Volksfeest te Linde
Onder het motto „Wie gezellig feest wil vieren, moet in Linde komen zwieren!” zal Donderdag 3 Sept. a.s. weer ’t vanouds bekende Volksfeest in de buurtschap Linde plaats vinden. Er zullen weer diverse vermakelijkheden plaats hebben, o.a. vogel- en belschieten. Het kinderfeest voor alle schoolgaande kinderen beloofd ook dit jaar iets moois te worden, o.m. door de verschillende attracties, als: gratis draaien, poppenkastvoorstellingen en de nodige tractaties. Voor de jongelui zal er ’s avonds volop gelegenheid zijn in de prachtige versierde danssalon hun hart op te halen. Zie verder de advertentie in dit nummer.

5 september 1953
Excursie Leden van de Bond van Oud-Strijders
Excursie Leden van de Bond van Oud-Strijders afd. Hengelo-Gld kunnen zich opgeven voor een excursie naar Den Haag e.o. op Dinsdag 15 Sept. a.s. waarbij tevens wordt bijgewoond de Opening van de Staten Generaal, waarvoor gereserveerde plaatsen op het Binnenhof beschikbaar gesteld zijn. Bij niet voldoende deelname kunnen ook niet-leden zich opgeven. Zie verder de adv. in dit blad.

Wethouders herbenoemd
In de Dinsdagavond gehouden raadsvergadering zijn de heren H. Luesink en J. H. Tijdink met algemene stemmen herkozen als wethouders onzer gemeente.

12 september 1953
Eerste steenlegging aan de Meidoornstraat

Dinsdagmorgen had een korte plechtigheid plaats aan de Meidoornstraat, daar heeft nl. burgemeester F. van Hoogstraten de eerste steen gelegd voor de bouw van 16 woningen, waarvan er vier in de Keyenburg geplaatst zullen worden. In een kort woord releveerde de burgemeester de woningnood in Hengelo-G., welke door de bouw van deze 16 woningen nog lang niet opgelost is en de moeilijkheden door het aantal huwelijken (150 p. jaar) elk jaar groter worden. Ook nog door de mededeling, welke de gemeente ontving om twee woningen te reserveren voor Rijksambtenaren. Maar de gemeente gaat niet bij de pakken neerzitten, getuige deze nieuwe woningen. Hierna werd door de burgemeester de eerste steen gemetseld, terwijl ook de wethouders, de heren Luesink en Tijdink en de gemeente-secretaris hun steentje bijdroegen. Wethouder Tijdink bracht hierna dank aan het gemeentelijk personeel en voornamelijk aan de gemeentesecretaris, de heer H. C. Arends en de gemeentearchitect, de heer De Kort, voor het vele werk door hen verricht voor de totstandkoming van de bouw dezer woningen. Aan de aannemer werd een kistje sigaren en een enveloppe met inhoud overhandigd om te verdelen onder het personeel, welke op zijn beurt de heren een kop koffie aanbood in café Leem reis.

VERNIEUWDE SCHOOL VARSSEL IN GEBRUIK GENOMEN
Het is een bewijs van eenheid en samenwerking, dat een Openbare en een Chr. School onder één dak gehuisvest zijn, zoals het in Varssel het geval is. En Woensdag j.l. kon men dit wederom constateren bij de opening van het nieuwe schoolgebouw. De burgemeester sprak over de moeilijkheden welke aan de verbouwing waren vooraf gegaan, ook al door de bijna lege portemonnaie van de gemeente. Maar nu kon spr. de Varsselse gezinnen feliciteren met dit prachtige gebouw. Hierna hees de burgemeester de vlag, waarna Crescendo twee coupletten van het Wilhelmus speelde. Ook Ds Barbas, als ere-voorz. van de schoolveren., sprak woorden van waardering, evenals de hoofden der scholen, de heren Keyzer en Rietveld. Alle sprekers waren dankbaar over de bereikte resultaten en de schoolarts, dr. Hagtinguis vond het de mooiste school van zijn rayon.

Late Lente door H. ZEEBERG (36)
„Nu, het beste dan maar. Haast je niet, hoor, Jan. Ik blijf op je wachten, ‘k Hoop, dat je daar slaagt.” „Dat hoop ik ook. Het zal aan mij niet liggen, tante.” „Neen, je bent wel een goeie advocaat voor mij”, lacht de boerin. /ij kijkt de verdwijnende, lange gestalte na. Met een moederlijke blik. /ij houdt bijna even veel van hem als van Kees, die nu in zijn garnizoen vastzit: met die griepepidemie wordt er geen verlof gegeven. Even later spurt Jan naar het dorpje Doekum, in de tegenovergestelde richting van de /evenbuurt. De boerin heeft hem zo ongeveer uitgelegd, waar hij wezen moet, maar als hij, na twee en een hall uur stevig fietsen, ter bestemder plaatse is, dwaalt hij toen even, althans, dat meent hij. Dus besluit hij, in de verte een licht ziende, een zijweg in te slaan en op dat boerderijtje te informeren. Een heftig geblaf verwelkomt hem. Hij kent dat en is dus op zijn qui vive. Er gaat een deur open en een streep licht glijdt naar buiten. „koest. Bello!” Onmiddellijk is het stil. „Wie is daar?” „kunt u mij zeggen, waar Willem Everts woont?” ,,lk zou zeggen, je bent er”, is het  laconieke antwoord. „Wat moet je van hem? Ik ben een zoon.” „Ik ben Jan Stelmaker. Van Arend Konijnenbelt. Met een boodschap van Sanne……” Zie verder in de Reclame

19 september 1953
Wordt te Hengelo-Gld een Departement van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen opgericht?
De voortekenen tot deze oprichting zijn veelbelovend. Reeds gaven zich ruim zeventig personen als lid op. Dit geeft het voorlopig gevormde bestuur de moed en de kracht met hun streven door te gaan om te komen tot een sterke afdeling van „Het Nut”. Feitelijk moet gesproken worden van een heroprichting van het Departement Hengelo Gld, daar wij hier vroeger reeds een Departement van „Het Nut” hadden, welk Departement evenwel om onnaspeurlijke redenen ter ziele ging. Wat is – – en wil de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen ? In het kort gezegd streeft deze Maatschappij op strikt neutrale grondslag met eerbiediging van ieders Godsdienstige en Staatkundige opvattingen, naar Volksontwikkeling op allerlei terrein. Voorlopig wil het te Hengelo Gld in oprichting zijnde Departement bieden een goed voorziene bibliotheek en in het komende winterseizoen enige goede lezingen of voordrachten door bekende sprekers of voordrachtkunstenaars. Heeft Hengelo Gld behoefte aan zon instelling? Hebben wij niet onze muziek-, zang-, toneel- en gymnastiekverenigingen. Natuurlijk en daar zijn wij als dorpsgemeenschap trots op daar wij grote bewondering hebben voor hetgeen deze verenigingen op hun gebied presteren. Maar toch meent het voorlopig gevormde bestuur dat „Het Nut” hier prachtig aanvullend en stimulerend kan werken en vraagt daarbij om Uw aller steun. Geeft U op lid bij onderstaande (voorlopige) bestuursleden of zo U niet of nog niet kunt besluiten en eerst de befaamde kat uit de boom wilt kijken, kom dan op het eerste „Nutsavondje” hetwelk eind Oct. 1953 zal worden gegeven. Zij die als lid staan ingeschreven zullen zeer binnenkort een keurig verzorgd programma van het gebodene in de komende winter ontvangen. Het lidmaatschap behoeft voor geen enkele ingezetene een bezwaar te zijn daar deze zéér laag is gesteld en voor man en vrouw f 4..— bedragen. Alleenstaande personen kunnen lid worden voor f 2.50 per jaar. Het voorlopig bestuur (alphabetisch) Mevr. A. H. M. v, HoogstratenWigman. Huize Het hof. H. B. Jansen, (Weezenhagen). H. Luesink, F 18. G. Lenderink,  Regelinkstraat. C. Minnee, Hofstraat 6. Chr. v. Petersen, Ruurloseweg 10. Mevr. G. Walgemoed-Scholten, E 21

26 september 1953
Late Lente door H. ZEEBERG (37)
Zonder dat Jan ’t bemerkt, zit moeder Everts hem te bestuderen, Nog nooit heeft Sanne er ook maar met één woord over gerept, maar haar moederlijk instinct heeft allang gevoeld, dat deze jongen Sanne niet onverschillig is. Min of meer zekerheid kreeg zij, toen Sanne haar vertelde, dat Jan Stelmaker „ging” met Marie Saalmink. Dat werd, als een gewoon nieuwtje onverschillig meegedeeld, maar zij wist toen: dat was voorgewende onverschilligheid ; Sanne’s hart deed pijn. Nu maakt zij heel onverwachts kennis met die jongen. En zij begrijpt Sanne : dit is een sympathieke jongeman. Eerlijkheid en trouw stralen uit zijn ogen. „Je denkt er over, naar Canada te gaan, is het niet?” vraagt Everts. „Dat is de bedoeling, over een paar maanden, hoop ik,” „Zo gauw al! Dat is wat anders dan er over denken. Dat is zo  goed als doen. ’t Is een hele onderneming, maar gelijk heb je. „Als je daar voor mij een gaatje ziet, geef eens een seintje”, merkt Piet op. ,,’k Heb er machtig veel zin in.” „’k Zal er aan denken”, lacht Jan. „Maar ik moet er eerst zelf eens uitkijken. Het kan wel  tegenvallen.” „Dat wordt dus gauw trouwen”, veronderstelt moeder Everts. Zie verder in de Reclame.

3 oktober 1953
EEN KAT VOOR ilak Benderij*
Wie heeft er nog een kat voor ilak Benderij ?
Hij mag zon speels en aardig diertje wel.
Hij woont zo ver, daar ergens in Turkij,
Wellicht is hij een oude vrijgezel.
Hij heeft een groot gerieflijk huis.
Allicht, dat hij een harem mist.
Zeer zelden leeft een Turk erg kuis,
Een kat gun ik hem onbetwist.
Een katje is nog altijd leuker dan een kater.
Wie van een kater houdt is vaak beroerd,
Hij lust geen melk en ook geen water,
Maar wel Schiedammer nut. dat hem zo vlotweg vloert.
Daarom : wie heeft een kat voor iLak Benderij,

Het wordt wellicht ook nog een goede ruil:
Hijzelf brengt ook een beestje mee vanuit Turkij,
Zo eentje met een leuke snuit of anders met een goede muil !
*) Zie „de Gelderlander” van Dinsdag j.l. MAX HOLT.

De 1e Gemeenteavond van de Vrijz. Herv
Voor de 1e Gemeenteavond van de Vrijz. Herv. in dit winterseizoen bleek grote belangstelling te bestaan. Een der bestuursleden Mej. Wansink opende de avond met een welkomstwoord in ’t bijzonder aan Ds Padt, die uit Ede was overgekomen om te spreken over het gebod „Eert Uw Vader en Uw Moeder”. Dit bijbelwoord zegt spreker geeft een verhouding aan tussen jong en oud, tussen de komende en de gaande generatie. Algemeen is er een klacht over de tegenwoordige jeugd en zeker is er een vervlakking te bespeuren, maar we kunnen er toch ook nog vertrouwen in hebben. De ouders moeten zich zelf ook heel erg bewust zijn van de taak waartoe God hen  beroepen heeft en tezamen in het gezin een twee-eenheid vormen waardoor de kinderen vanzelfsprekend de grootheid van het vader en moederschap hooghouden en eerbied zich kan verdiepen tot vriendschap en liefde. Na de pauze moest Ds Padt helaas al gauw vertrekken, maar onder de aanwezigen ontspon zich nog een aardige gedachtewisseling over het gehoorde. Met het zingen van Gez. 280 werd de  vond besloten.

10 oktober 1953
GEWELDIGE BRAND TEISTERDE ONS DORP

Het zal wellicht nooit voorgekomen zijn, dat ons dorp zo’n brand heeft meegemaakt, als deze week in de meubelfabriek van de fa H. H. Lubbers. De gevolgen waren dan ook zeer ernstig, mede doordat niet alleen de fabriek, maar ook het woon- en winkelhuis van de heer Lubbers; de kruidenierswinkel van de fa Beumkes-Zweers en het Groene Kruis-gebouw volkomen in as werden gelegd. Daar ook de heer Lubbers Sr met z’n huishoudster in dit pand woonde, kan men begrijpen welke enorme schade deze brand veroorzaakt heeft en er practisch niets gered is kunnen worden van de inventaris en inboedel. Toen Dinsdagmorgen omstreeks 4 uur de brand werd geconstateerd en er alarm werd geslagen, was de brand reeds van een dermate omvang, dat de brandweer besloot de belendende percelen voor brand te behoeden, wat dan ook gelukt is. Het feestgebouw „Concordia” welke het meest gevaarlijk stond en waarvan de daklijsten reeds vlam hadden gevat, heeft men, door het doortastend optreden van de plaatselijke brandweer voor verdere schade kunnen behouden. De omvang van de brand dwong er toe assistentie in te roepen uit omliggende gemeenten, zodat binnen korte tijd de brandweer uit  Doetinchem, Zelhem, Ruurlo, Vorden en Zutphen ter plaatse waren en men daardoor het vuur al vrij spoedig in bedwang had, hoewel niet voorkomen kon worden, dat het gehele pand volkomen in as werd gelegd. Hoe geweldig snel de brand om zich heen greep, blijkt wel uit het feit, dat er van de inventarissen en van de inboedels practisch niets is gered kunnen worden zelfs de bewoners moesten in  nachtgewaad het pand ijlings verlaten. Alleen heeft men uit het Groene Kruis gebouw het grootste gedeelte kunnen redden, waaronder de hoogtezon van plm. f 1000.— waarde. Wel mag worden vermeld, dat ook nu weer de plaatselijke brandweer uiterst snel aanwezig was en de maatregelen nam, om de brand zoveel mogelijk te beperken. De heer Lubbers blijft evenwel niet bij de pakken neerzitten. Naar hij ons mededeelde is het zijn bedoeling om zo spoedig mogelijk het winkelhuis met het winkelhuis van de fa Beumkes-Zweers weer op te bouwen. Reeds direct is hij aan het werk gegaan om de ravage op te ruimen, hiertoe prachtig bijgestaan door het personeel van de Quick Sportschoenfabriek, dat door interne aangelegenheden in de fabriek niet kan werken, hem daardoor kan helpen. Wat het Groene Kruis betreft, zal de bouw van het nieuwe gebouw bespoedigd worden, en zal de aanbesteding binnenkort plaats hehben. Het consultatie-bureau zal op een nog nader te bepalen plaats gewoon doorgang vinden.

Late Lente door H. ZEEBERG (38)
Maar nu is hij met een ander op stap. Lollig voor zo’n meisje.” „Kom, wij hebben ook wel eens gekke dingen uitgehaald. Alles komt op z’n pootjes terecht”, meent de waard, die een glas bier tapt. „Op een oortje na gevild”, zegt Jan, als zij door het dorp rijden, „Kijk, hier is de kerk met de pastorie. Er is warempel nog licht op! Wat gaat die ouwe laat naar bed !” „Hoe ver is het nu nog ?” „Een minuut of tien.” „’t Zal tijd worden. Ik ben bek-af. Een hele dag gewerkt en dan nog zo’n tochtje. Affijn, het leed is gauw geleden.” „Je neemt het leven nogal gemakkelijk op, geloof ik”, merkt Jan op. „Neen. Nietwaar. Maar je moet je geen muizenissen in je hoofd halen, als ze er niet zijn of niet veel betekenen. Die opgewektheid hebben we van onze moeder. Die is net zo. En die neemt het leven heus niet gemakkelijk op. Maar jij piekert, man. ‘k Heb het al lang gemerkt. Zie je tegen het vertrek naar Amerika op?” Zie verder in de Reclame

17 oktober 1953
E.H.B.O instructievergadering
Onder voorzitterschap van Dr R. K. Beems hield de plaatselijke afd. van de E.H.B.O. een instructievergadering, waarin de afd. Velp een demonstratie gaf in de s mink-methode. Na het lezen van de notulen door de secr. dhr van Petersen, werd uitvoerig gesproken over de propaganda naar buiten. Hiertoe werd het bestuur uitgebreid met 2 leden, n.l. mevr. Lenselink-Berendsen en dhr A. Aalberts, welke de propaganda zullen behartigen. Gezien de noodzaak van een goede E.H.B.O., wil men in de gemeente zoveel mogelijk propaganda maken. Verder werd gesproken over het uitzetten van E.H.B.O.-posten, bij de leden in de gemeente, vooral in de buitenwijken. De heer A. Wentink, districts-secr. sprak over de E,H B.O. als landelijke organisatie, en de voorz. van afd. Velp, gaf een uiteenzetting hoe de afd. daar werkt. Hierna konden de aanwezigen zien hoe de smink-methode  werd toegepast en behandeld. Aan het einde van de  vergadering bracht de voorz. dank voor het gebodene en werd deze avond gesloten.

24 oktober 1953
Ook dat nog
Bij de opruimingswerkzaamheden van het puin en het plaatsen van een houten schuur op het door brand vernielde pand van de heer Lubbers, overkwam de timmerman Th. Roe nhorst een ernstig ongeval, toen hij struikelde en in de kelder viel. Hij liep verwondingen op aan gezicht en kaak en werd na verbonden te zijn door de doktoren Dwars en Beems naar zijn woning vervoerd.

Bazar Kleuterschool Regelinkstraat.
Donderdagavond j.l. hielden de leden van de Kleuterschool een vergadering in de school, om, evenals vorig jaar, een bazar te organiseren, ter versterking van de kas. Verschillende mogelijkheden werden besproken. De datum werd vastgesteld op Donderdag 19 Nov. a.s. in Feestgebouw „Concordia”. Van de leden en winkeliers zal een bijdrage worden gevraagd. Besproken werd om die dag een oliebollenactie te houden, dat algemeen instemming vond. Ieder die de Kleuterschool een warm hart toedraagt, wordt verzocht, een kleinigheid te willen afstaan voor deze bazar, en dit dan te bezorgen aan de school.

Late Lente door H. ZEEBERG (39)
„Ik ben zo blij dat je er bent. Voor alles.” Er glinstert een traan in Sanne’s oog. Kee begrijpt niets van haar uitlating. Maar dat komt zij misschien nog wel nader te weten. Haar hoofd ligt nog niet een halve minuut op het kussen, of zij slaapt.
HOOFDSTUK X.
„Marie is even naar vrouw Keilman. Zij komt zó wel terug. Dat mens is heel, heel erg ziek geweest. Zij heeft voor dood gelegen, maar nu knapt zij op.” Vrouw Saalmink is met Jan alleen. De begroeting is niet bepaald hartelijk geweest. Jan voelt zich onbehaaglijk. „We hadden je verleden week verwacht.”
,,’k Heb Marie toch geschreven, dat zij niet op m’n rekenen moest?” „Nou ja, zo erg was het niet daar. De ziekte van die meid betekende niet veel.” Stom verwonderd zit Jan haar aan te staren. „Over wie heb je het nu?” vraagt hij. „Hou je nu maar niet voor de domme, ’t Is goed, dat wij alleen zijn. En nou zal ik je maar ronduit zeggen, dat je mij tegenvalt. Marie weet van niets en dat is het beste maar. Ik praat er niet over. Misschien komt zij het niet te weten.” „Maar……. ”
Zie verder in de Reclame.

31 oktober 1953
Aanbesteding. voor het maken en het verbeteren van de bestrating. van de Spalstraat, de Bleekstraat en het begin van de Ruurloseweg
De volgende inschrijvingen werden ontvangen:
Fa H. W. Jaarsveld, Lichtenvoorde f 59300.-;
N.V. Noord Nederl. Wegenbouw Mij, te Harlingen, f 58400.— ;
Lamb. Bakkers Aannemersbedrijf Doetinchem, f 53900.-;
Gebr. D. J. en F. J. Bruil, te Ede, f 53600.— ;
Aannemersbedrijf G. H. te Siepe en Zonen, te Ruurlo en Zwollerkerspel f 52825.-; N.V. Aannemers- en Wegenbouw Mij v/h Fa J. Heijmans, te Rosmalen, f  2590.—. Het werk is door Burgemeester en Wethouders aan de laagste inschrijver gegund. Wij vernamen over het verbeteren van deze wegen het volgende: De Ruurloseweg wordt 6 m breed en van nieuwe klinkers voorzien vanaf het geasphalteerde gedeelte. Aan weerszijden komt een trottoir van 2 m breedte vanaf dhr Weevers, alle hekken en hekjes komen te vervallen. Op de splitsing Ruurloseweg-Spalstraat komt in het midden van de straat een perkje, waarin het verkeersbord van de A.N.W.B. De Bleekstraat krijgt eveneens een nieuwe bestrating tot het geasphalteerde gedeelte met aan weerszijden trottoirs, De Spalstraat wordt geheel vernieuwd vanaf de Ruurloseweg tot aan de R.K. Kerk met uitzondering van het kruispunt Spalstraat-Raadhuisstraat, dat reeds vernieuwd en verbreed is. De nieuwe Spalstraat wordt 8 m breed met trottoirs van 2 a 3 m. Alle aparte stoepjes en trottoirtjes komen te vervallen, evenals de bomen welke worden verwijderd. Met toestemming van de Notaris van Ballegoyen de Jong wordt ook de tuin voor het huis verwijderd, zodat het trottoir kan worden doorgetrokken. Naast de Herv. Kerk aan de Spalstraat komt eveneens een trottoir en vermoedelijk zullen daar alle bomen weggehaald worden, waarvoor een grasgazon in de plaats komt. Verder bestaat de mogelijkheid dat om de gehele kerk een laag muurtje zal gebouwd worden. Nu de aanbesteding heeft plaats gehad, wil men hieraan zo spoedig mogelijk beginnen en wanneer het weer meewerkt kan dit alles vrijspoedig z’n beslag krijgen. Ook aan de verlichting heeft men gedacht en er zullen meer lichtpunten komen als tot nu toe het geval is. De Wichmondseweg krijgt ook een beurt en vrijspoedig reeds zal men daaraan beginnen. Het wegdek wordt van nieuw asphalt voorzien (evenals de Vuilestraat) en aan weerszijden komen trottoirs. Hengelo bouwt aan z’n straten en wegen, dat zeer veel zal bijdragen aan het aanzien van het dorp.

7 november 1953
Late lente door H. ZEEBERG (40)
Daar komt Marie. Praat er alsjeblief niet over! ’t Is beter, dat zij van niets weet, Je heb nu gezien, dat je niets kunt doen, dat verkeerd is. ’t Lekt altijd op de een of andere wijze uit.” Zij verlaat het vertrek, Jan in woede achterlatend. Toch weet hij zich te beheersen. Marie merkt althans niets, als zij binnenkomt. Zij is weer geheel beter en groet hem buitengewoon. „Gaat het nu zowat bij de Konijnenbelts? Kon je weg ?” „Ja. het gaat daar best, kind. De boer is helemaal klaar. Ter Avest verscheen vanmorgen ook. En Sanne komt zo nu en dan op….” Net treedt moeder Saalmink weer binnen. Gewoon doet zij. En Jan heeft in enen een besluit genomen. Marie mag het niet weten, maar hij kan het toch gewoon vertellen ? „’t Was een consternatie. Maar….” En dan doet hij rustig het hele verhaal van zijn gaan naar Doekum, om daar de toestand bloot te leggen en hoe Sanne’s zuster toen direct met hem is meegegaan. .. Zie verder in de Reclame

14 november 1953
Late Lente door H. ZEEBERG (41)
’t Zou me niet verbazen, of over ’n jaar ben je terug, omdat je er schoon genoeg van hebt. En als dat niet zo is en het gaat er goed en je ziet er heil in, dan kun je Marie immers komen halen?” Ongemeen lang — en niet klagelijk, Jan heeft haar nog nooit zo horen spreken, hij weet eigenlijk niet goed, wat hij aan haar heeft, is dat nu diezelfde vrouw Saalmink, die hem, toen hij kwam, zo min bejegende — heeft moeder Saalmink gesproken. Marie begrijpt haar moeder ook niet. Maar dan komt de aap uit de mouw: „Je moet goed begrijpen, Stelmaker” – zij zegt niet „Jan”! – „je weet, dat Marie liever niet gaat. Zij wil hier blijven. Ik zie er ook niets in. En ik meen, dat je moet blijven, als je van haar houdt. Maar die jeugd van tegenwoordig — dus als je dan toch wil gaan, al wéét je, dat je het tegen de zin van Marie doet, ik zou zeggen: ga dan. Door schade en schande moet een mens wijs worden. Maar Marie moet vrij blijven in haar beslissing, dat vindt ik. Ik bedoel, of zij gaan wil of niet. Je kunt haar niet dwingen. Zeg nu ook eens wat Evers. Je laat mij maar praten !” ‘k Heb nog geen gelegenheid gehad, iets te zeggen”, antwoordt haar man op droge toon. „Ik vind ook, dat je boer en je oom gelijk hebben, Jan. Jij eerst alleen, en dan schrijf je geregeld aan Marie en vertelt, hoe het leven daar is, enzovoorts. Moeder meent dat je over een jaar terugkomt en er genoeg van hebben zult, maar daar geloof ik niets van. Het zal daar best gaan. Dat zal Marie dan wel inzien en dan kom je haar halen. Dan trouw je notabene met een Canadees, meid”, lacht Saalmink. Zie verder in de Reclame.

Poging tot moord
Wegens poging tot moord is door de Rijkspolitie alhier de 39-jarige L. uit Doetinchem gearresteerd en ingesloten, L. had n.l. Dinsdagavond in drift getracht uit K. Zelhem me t een geweerschot te doden. Gelukkig mislukte dit en kwam de meeste hagel in de deur terecht. De politie slaagde er in L. te arresteren, doch deze ontkende eerst met een vuurwapen te hebben geschoten. In de loop van Woensdag echter heeft L. tegenover opperwachtmeester Minnee een volledige bekentenis afgelegd en hierbij vertelde hij tevens dat hij het wapen met patronen tussen de boerenkool op een stukje land bij zijn huis had verstopt, waar het ook inderdaad werd gevonden.

21 november 1953

Aan onze Lezers en Adverteerders
M. H. Wij delen onze lezers hierbij mede, dat wij onze Drukkerij met ingang van 16 Nov. j.l. hebben overgedaan aan de fa Drukkerij WOLTERS. Bij deze overname is ook begrepen het uitgeven van „De Reclame.” Wij danken onze lezers en adverteerders voor de medewerking, welke wij bijna 3 jaar hebben mogen ondervinden en bevelen onze opvolgers dan ook van harte bij U aan. 
Hoogachtend, H. VAN DER VELDEN

L. S. In aansluiting op bovenstaand bericht, delen wij het geachte publiek mede, dat wij met ingang van 16 Nov. de Drukkerij van de heer H. v. d. VELDEN, v/h Arnold. hebben overgenomen, en deze opnemen in onze zaak de fa Drukkerij WOLTERS. Ook „De Reclame’ wordt door ons, onder dezelfde naam voortgezet en wij hopen, dat H.H. Adverteerders ons in de toekomst het vertrouwen zullen schenken.
Hoogachtend, H. B. LUBBERS – J. M. VOSKAMP HENGELO GLD, 16 Nov. 1953.

28 november 1953
Nachtvorst
’t Is laat. Mijn vingers trillen aan het stuur;
Geen twijfel meer: de nacht verkilt tot vorst.
Bij het ontwaken in het scheemrig morgenuur
Zal alles wit zijn, want door ijzel gans bekorst,
De grond is dan na vele maanden, weer een harde vloer
En onder voeten breekt het late gras,
’t Wordt voor een koe misschien een hele toer.
Zich dan t’herinneren, hoe groen het heden was.
Maar alle gekheid op een bezemsteel;
De winter staat weer voor de deur,
De zomer was, zegt men, niet veel,
Maar Winterkou brengt veler stemming in mineur.
MAX HOLT

„De onbekende erfgenamen (vaderlijke linie) van MINA PHILIPS,
Geboren te Hengelo (Gld) 4 Juli 1897, het laatst gewoond hebbende te Hengelo (Gld), in leven zonder beroep en ongehuwd en overleden te Sobibor 11 Juni 1943, worden verzocht zich kenbaar te maken aan Notaris F. Th. J. M. van Hekelen te Winterswijk, Misterstraat 38 vóór 13 December 1953. De nalatenschap van Mina Philips werd voor de helft (Vaderlijke Linie) onbeheerd verklaard met benoeming van W. J. Klein Lankhorst, cand. notaris te Apeldoorn als curator, blijkens beschikking van de Arr. Rechtbank te Zutphen dd. 24 September 1953.” De Curator voornoemd.

5 december 1953

St Nicolaas bezoekt scholen
Woensdagmiddag bracht St Nicolaas een bezoek aan de kleuterschool, Regelinkstraat en de O.L. school Ruurloseweg. Te ruim 2 uur arriveerde *de grote kindervriend in zaal Concordia waar het St Nicolaasfeest van de kleuterschool plaats vond. De Sint onderhield zich hier een poosje met de kleuters. O.l.v. de dames Harmsen en Minneé werden door de kleintjes weer enkele aardige spelletjes uitgevoerd die zeer in de smaak vielen. Als gewoonlijk werd er rijkelijk getracteerd. Hierna vervolgde de Sint zijn reis door Hengelo en vierde in zaal Langeler het feest van de jongens en meisjes van de O L. school mee. De voorzitter van de oudercommissie G. W. Jansen heette het Spaanse gezelschap hartelijk welkom, alsmede het grote aantal ouders en  belangstellenden. Voorts deelde hij mede dat het hoofd der school, hier, wegens ziekte niet aanwezig kon zijn en wenste hem een spoedig herstel toe. Volgens de mededelingen in het bekende „dikke boek” riep de Sint hierna verscheidene kinderen bij zich die hij met een ernstige vermaning of een bemoedigend woord heen zond. Ditmaal had de oudercommissie in de zaal een versterker opgesteld zodat de gesprekken tussen Sint en de kinderen beter te volgen waren. O.l.v. mej. Konings waren het dit jaar de leerlingen uit de eerste klas die een paar aardige kabouterstukjes op alleraardigste wijze opvoerden.

12 december 1953
Zacht weer ongunstig voor aardappelbewaring
Het uitzonderlijk zachte weer en voor de landbouw in het algemeen ongunstige najaar heeft voor de aardappelbewaring een minder gunstig effect. In October en ook de eerste helft in November lagen de temperaturen ver boven het gemiddelde. Het is vooral het vroeg gerooide pootgoed van de vroege rassen, dat zowel bij bewaring in kuilen als ook in de luchtgekoelde bewaarplaatsen al kieming vertoont. Doordat de minimum-temperaturen steeds hoog waren, had ventilatie niet altijd het gewenste resultaat. In verband hiermee adviseert de Stichting voor Aardappelbewaring: Wanneer bij de bewaring in kistjes nu reeds kieming optreedt (meestal in de vorm van topspruiten) is het raadzaam de aardappelen voor Jan. om te storten, zodat de kiemen af’ breken. Daar de temperaturen gedurende de maanden December, Januari en Februari meestal gunstig zijn voor een kiemloos bewaren van de aardappelen zal deze ene keer afspruiten de kwaliteit weinig benadelen. Indien niet wordt omgestort, loopt men de kans, dat het kiemproces zich voortzet. Bij gestorte bewaring kan een klein kiempje meestal nog geen kwaad. Indien de kieming echter zodanig is, dat omzetten noodzakelijk wordt moet men dit niet te lang meer uitstellen, want van aardappelen, die een keer uit hun rust zijn gekomen, is verdere kieming moeilijk te stuiten.

19 december 1953
Staangeld voor woonwagens
In de commissievergadering voor de begroting 1954 werd de wens uitgesproken aan de houders van woonwagens, die een staanplaats innemen op het gemeentelijk woonwagenterrein, de verplichting op te leggen voor dit gebruik een vergoeding te betalen. In hun voorstel aan de Raad delen B. en W. mede, dat de woonwagen en woonschepenwet het heffen van een dergelijk staangeld toestaat met die verstande, wanneer het verblijf binnen de gemeente een bepaalde, bij verordening vast te stellen termijn te boven gaat, welke termijn niet korter mag worden gesteld dan 14 al of niet achtereenvolgende dagen in hetzelfde kalenderjaar. Het komt voor, dat woonwagenbewoners wanneer kosteloos van het woonwagenterrein kan worden gebruik gemaakt, zonder dat hiervoor een vergoeding moet worden betaald hierin aanleiding vinden om in de gemeente langer te verblijven dan wel gewenst is. Wanneer derhalve een vergoeding moet worden betaald, zal waarschijnlijk aan het onnodig verblijf in de gemeente paal en perk kunnen worden gesteld en
daarom menen B. en W. dat een bedrag van f 0.25 per dag per woonwagen niet onbillijk is te achten. Zij stellen in verband hiermede de raad voor een verordening op de heffing van staangelden vast te stellen.

24 december 1953
Fruittelers hakt Uw verouderde boom om.
In het kader van de landelijke actie tot het rooien van onrendabele boomgaarden houdt de Rijkstuinbouwvoorlichtingsdienst van tijd tot tijd zgn. voorlichtingsavonden, waarbij de fruittelers, die hebben gerooid, in de gelegenheid worden gesteld hun ervaringen ten opzichte hiervan uit te wisselen. Van een dergelijk gesprek, dat onlangs is gehouden tussen de Rijkstuinbouwconsulent te Kesteren, Ir J. H. M. van Stuivenberg, en enkele fruittelers, zijn opnamen gemaakt, die in de radiorubriek van het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening op Maandag 28 December a.s. des avonds van 19.45—20.00 uur over de zender Hilversum II, ten gehore zullen worden gebracht. De uitzending is voorbereid door de Afdeling voorlichting van genoemd Ministerie. 31 december 1953.

31 december 1953
ZUINIGHEID, die de wijsheid bedriegt!
Wie minder eet dan goed is, merkt pas later de schadelijke gevolgen. Maakt U te weinig reclame, dan komt U (later) bedrogen uit! Adverteren maakt Uw zaak sterk, ook voor de toekomst.
BEDENK, WAT RECLAME VERMAG! „DE RECLAME” brengt Uw naam ERIN!