2020-03 Achter het koren gaat een kleine synagoge schuil (1)

Emancipatie.
In de eerste helft van de negentiende eeuw was het dat Levi Windmuller zich een bestaan opbouwde in Hengelo en leiding gaf aan de dorpskille van Hengelo Gld. In diezelfde periode beleefde in ons land het jodendom een tijd van groei en bloei. Dat hing samen met de emancipatie die was ingezet door de Franse tijd met haar idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap die vervolgens in de Grondwet van 1848 haar beslag gekregen hebben. Voor de wet waren voortaan alle godsdienstige overtuigingen gelijk.

Dat was al gauw te zien. Overal zie je in het landschap van de Achterhoek de hoge torens van neogotische kerken verrijzen als symbool van de emancipatie van het Katholieke volksdleel. Maar ook het jodendom kwam tevoorschijn. In de leefwereld van dorpen en steden van de Achterhoek bouwden zij hun synagogen en namen zo bescheiden maar zelfbewust hun plaats in de gemeenschap in. En zo is het ook in Hengelo gegaan. De gemeente was al in de jaren twintig van de negentiende eeuw in het bezit van een kleine synagoge. Dit bouwvallige onderkomen maakte in 1837 plaats voor een nieuw gebouw “in eenen goedenen wel ingerigten staat” aldus Sjoerd Laansma in zijn mooie boekje over de joodse gemeente van Hengelo.

Beltrum (1847) – Kranenburg (1867) – Vierakker (1869)
(v. l. n. r.)
Winterswijk (1889) – Lochem (1865) – Borculo 1877 (v. l. n. r.)

In 1875 legde de gemeente – zoals dit bij wet was voorgeschreven – haar organisatie vast in een uitvoerig reglement. Zo’n reglement geeft ons een heel wat inside-information over reilen en zeilen van een joodse gemeente en dus ook van die van Hengelo Gld. Er wordt van alles vastgelegd. Het hoeft ons niet te verbazen dat het een zoon van Levi Windmuller was die zijn handtekening eronder heeft gezet. Het was Jozef Windmuller.

In 1837 was hij naar Vorden vertrokken. Hij zette er een manufacturenzaak op en was de grootvader van de eigenaars van twee prachtige modezaken in Zutphen en Winterswijk in later tijd. Jozef en zijn vrouw Grietje hebben veel verdriet gekend. Acht kinderen kregen zij maar die hebben zijallen overleed. Jozef bleef nauw verbonden met de synagoge inHengelo en maakte er deel uit van het killebestuur. ln 1875 wordt eveneens het Israëlitische Armbestuur in het leven geroepen met bestuurders als Maurits Fortuin, Liefman Windmuller, Jacob Jacobs en Samuel Philips.

Lees verder op pagina 5